Europa: leidt een hogere quantitative easing naar een hogere inflatie?

Europa: leidt een hogere quantitative easing naar een hogere inflatie?

Europa: leidt een hogere quantitative easing naar een hogere inflatie?

De Europese inflatie flirt al een hele tijd met de 0. Als we zien hoeveel moeite landen zoals de VS, het Verenigd Koninkrijk en Japan hebben om te ontsnappen aan deze negatieve spiraal van deflatie, moeten we ons de vraag stellen hoe de Europese Centrale Bank met de situatie zal omgaan.

 

Lage inflatie?

Wat als de inflatie in Europa laag zou blijven, de lonen amper zouden stijgen en de werkloosheid zou toenemen? Ook de prijs van grondstoffen zou dan op een laag niveau blijven. Bovendien lijkt een drastische verlaging van de euro ten opzichte van de dollar momenteel ook weinig waarschijnlijk en wel om de volgende redenen:


  • De economische situatie van de VS roept vragen op door het gebrek aan een renteverhoging, de lage inflatie en de inkrimping van de winstmarges van bedrijven.

  • Voor sommige leden van de Fed zou de renteverhoging uitgesteld kunnen worden tot 2016. En waarom geen vierde quantitative easing?

  • Europa legt goede macro-economische cijfers voor.

  • De problemen in de opkomende markten hebben ervoor gezorgd dat de waarde van de euro stijgt ten opzichte van de valuta van die landen.


  •  

 


Welke impact zou dat hebben op de economie?

Om de inflatie opnieuw te doen stijgen, zou de ECB zijn quantitative easing (QE) moeten opdrijven of zelfs verlengen tot na 2016. Dit gebeurt ook bij de drie andere grote Centrale Banken (VS, Japan en Groot-Brittannië). Natuurlijk stelt de ECB zich zo wel bloot aan bepaalde risico's, zoals:

 

 


  • Lage Europese rentes voor een lange tijd. Dat zou een ongunstige situatie zijn voor schuldeisers, die zo hun investering zien dalen in waarde.

  • Een monetair beleid dat afhangt van de prijs van grondstoffen en van de arbeidsmarkt, en dus niet veel invloed op de inflatie heeft.

  • Een toename van de volatiliteit op de Europese markten op langere termijn.

  • De ECB zou zich niet kunnen veroorloven om de inflatie te lang rond de grens van 1 procent te laten balanceren. Het risico op deflatie is dan namelijk groot en dat wil men absoluut vermijden.


  •  

 


En de financiële markten?

Paradoxaal genoeg zouden de markten profiteren van de kwantitatieve versoepeling. Binnenlandse markten zouden moeten profiteren van de heropleving van de macro-economische gegevens. De sectoren die het meest getroffen waren en die groeipotentieel hebben binnen de cyclische aandelen zouden positief moeten reageren op de verhoging van de Europese quantitative easing en er zouden wellicht een aantal fusies en overnames moeten plaatsvinden op de Europese markt.


Conclusie

De ECB zal zich genoodzaakt voelen om zijn beleid van kwantitatieve versoepeling uit te breiden als het de Europese aandelen een duwtje in de rug wil geven. Daarom blijven onze analisten ook vooral uitkijken naar de Europese sectoren die nog weinig impact ondervinden van de QE, vergeleken met de S&P500 (VS) of de Nikkei 200 (Japan). Er zullen zich opportuniteiten voordoen binnen de cyclische waarden, een segment dat het de laatste weken zwaar te verduren kreeg.

 

 

 

 

 

Wij herinneren er u aan dat beleggingsproducten blootgesteld zijn aan risico’s met inbegrip van een mogelijk verlies van het belegde kapitaal.Beleggingsproducten zijn geen bankdeposito’s en worden niet gewaarborgd door Beobank NV|SA.