Voor een betere surfervaring, gelieve een andere compatibele browser te gebruiken zoals Firefox of Google Chrome

Hedging for dummies

Hedging: bescherming tegen potentieel verlies

Hedging for dummies

Een slimme belegger stelt zichzelf twee belangrijke vragen. Eén: hoe kan ik mijn geld laten renderen? En twee: hoe bescherm ik mijn kapitaal tegen mogelijke tegenslagen? Hedging geeft een antwoord op die tweede vraag. Hoe werkt dat precies?

Hedging: bescherming tegen potentieel verlies

Hedging betekent letterlijk ‘indekking’ of ‘bescherming’. Via afgeleide producten of derivaten beschermt een investeerder zich tegen een ongunstige evolutie in de toekomst. Zo wil een fondsbeheerder het aandelen- of renterisico van de portefeuille verminderen, een multinational zijn wisselkoersrisico of een petrochemiebedrijf zijn risico op een stijging van de olieprijs.

Hedging is dus gericht op het verminderen van potentieel verlies. Maar er is een keerzijde aan de medaille. Een vermindering van het risico leidt altijd tot een daling van het winstpotentieel. Dat is een ijzeren financiële wet. Het is dus kiezen: ofwel bescherm je het resultaat, ofwel maximeer je de winst. Die afweging risico-rendement moet je als investeerder altijd maken.

Speculatie: hoe meer winst, hoe liever

Hedging verwijst niet – zoals vaak wordt gedacht – naar speculatie, waar je net handelt vanuit een bepaalde overtuiging met de bedoeling extra rendement te halen. Speculanten gebruiken evengoed derivaten, maar zij hebben een andere insteek: zoveel mogelijk winst halen. En om dat te bereiken verhogen ze hun risico, onder andere via het hefboomeffect van afgeleide producten. Meer over het hefboomeffect lees je in onze blog Financiële Derivaten.

Wie maakt gebruik van hedging?

Iedereen! De meest gebruikelijk vorm van hedging is een verzekeringspolis. Je betaalt vandaag een premie voor een autoverzekering bijvoorbeeld, om te vermijden dat je je blauw betaalt aan je garagist, moest je ooit betrokken raken bij een verkeersongeval. De premie is een relatief kleine (maar zekere) kost, om je te beschermen tegen een mogelijk veel groter verlies.

Ook bedrijven gebruiken vaak hedgingtechnieken om zich te beschermen tegen risico’s. Onze blog over Futures en Forwards geeft je enkele voorbeelden. Zoals een bedrijf met grote investeringsplannen dat zich indekt tegen een rentestijging, of een olieproducent die zich indekt tegen een daling van de olieprijs.

Professionele beleggers ten slotte zetten derivaten strategisch in om hun portefeuilles te beschermen tegen negatieve marktontwikkelingen. Ze beschikken over een brede waaier van instrumenten om hun investeringsrisico te verminderen, en om hun resultaat dus stabieler te maken.

Welke hedgingtechnieken bestaan er?

De meest voorkomende hedinginstrumenten zijn opties en futures. De logica is steeds dezelfde: indien het risico zich voordoet, zal de winst op de afgeleide producten de negatieve impact op de initiële investering of beslissing compenseren. We illustreren het aan de hand van twee voorbeelden.

Voorbeeld 1: de aandelenoptie

Stel: een beheerder van een Europees aandelenfonds vreest dat de beurzen aan een correctie toe zijn. Hij zou uiteraard een deel van zijn aandelen kunnen verkopen. Maar dat is omslachtig: het kost tijd en er zijn transactiekosten aan verbonden. De aankoop van een putoptie is een pak efficiënter. De putoptie geeft de investeerder het recht (niet de plicht!) om volgende maand de Europese aandelenindex te verkopen tegen een bepaalde prijs. Voor dat recht betaalt hij een premie, de optiepremie, net als bij een verzekering. Nemen de beurzen inderdaad een dip, dan verliest hij op zijn aandelenportefeuille, maar de prijs van zijn putoptie zal fors in waarde stijgen. In het omgekeerde geval is zijn optie waardeloos geworden, maar heeft hij een mooi rendement op zijn aandelen. 

Voorbeeld 2: de grondstoffenfuture

Stel dat een producent van marsepein bezorgd is over de toekomstige prijsevolutie van suiker. Dure suiker zou de productiekost serieus de hoogte injagen. Door een future te kopen legt hij vandaag al zijn aankoopprijs vast. De future geeft hem de plicht (niet het recht, zoals bij een optie) om op een moment in de toekomst suiker aan te kopen tegen een bepaalde prijs. Stijgt de prijs van suiker, dan gaat ook de prijs van de future de hoogte in. De winst die hij boekt bij de verkoop van zijn future zal zijn duurdere aankoopfactuur van suiker compenseren. Daalt de suikerprijs, dan verliest hij op zijn futuretransactie, maar zijn suikerfactuur is een pak lager.

Bij hedging komt het er dus op aan om mogelijk verlies te beperken. Via afgeleide producten gebeurt dat snel en efficiënt. Maar hedging heeft sowieso een prijskaartje: een opportuniteitskost (je profiteert niet van de gunstige prijsevolutie) of een premiekost (bij een optie of verzekering). Hedging vereist een vakkundig oordeel, en is daarom vooral een zaak van professionele partijen.

 

Hoe kunnen we u helpen?