Waarmee moet u rekening houden als u iets koopt in een openbare verkoop?

Bij gerechtelijke verkoop is er vanaf 1 september geen recht van hoger bod meer.

Bij gerechtelijke verkoop is er vanaf 1 september geen recht van hoger bod meer.

Wilt u iets aankopen op een openbare verkoop? Dan moet u goed weten of het om een vrijwillige of een gerechtelijke openbare verkoop gaat. In het eerste geval is er na de eerste zitdag soms een recht van hoger bod en volgt nadien eventueel een tweede zitdag. Bij een gerechtelijke verkoop wordt de hele verkoop vanaf 1 september 2018 sowieso in één zitdag beslecht.

Wie een woning of bouwgrond wil kopen, kan dit uit de hand doen. Dit houdt in dat de verkoper en de koper van persoon tot persoon onderhandelen of dit doen via een tussenpersoon. Komt er een overeenstemming tussen beiden over de koopsom en de koopmodaliteiten, dan is de koop gesloten.

Het alternatief is een openbare verkoop. In dit geval wordt het onroerend goed per opbod verkocht en kunnen meerdere gegadigden tegelijk bieden.  Dit kan zowel in een publieke ruimte gebeuren als online.

Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een vrijwillige en een gerechtelijke openbare verkoop. In het eerste geval beoogt de verkoper op eigen initiatief de markt te laten spelen in de hoop dat de concurrentie tussen de bieders de prijs opstuwt. In het tweede geval komt een rechter tussen. Bijvoorbeeld omdat het gaat om de verkoop van een goed van minderjarigen of andere wilsonbekwamen, of omdat het deel uitmaakt van de boedel van een faillissement.

Vrijwillige openbare verkopen

Vrijwillige openbare verkopen verlopen sinds 2010 in theorie in één zitdag, al kunnen de verkoper en zijn notaris dat doen “onder opschortende voorwaarde van een hoger bod”. Dat betekent dat de verkoop op de zitdag wordt afgerond, tenzij iemand binnen de vijftien dagen na de publieke verkoop bij de verkopende notaris meer biedt. Dat bod moet dan wel minstens 10 procent hoger liggen dan de eindprijs op de eerste zitdag, met een maximale stijging van 6.200 euro.

Komt er een hoger bod, dan volgt nadien een tweede zitdag, waar het goed definitief wordt verkocht. De kosten van de verkoop, die ten laste zijn van de koper, liggen dan wel 1% hoger dan bij een aankoop op een eerste zitdag.

De verkoper blijft niettemin steeds baas van de situatie. Hij kan altijd beslissen om de verkoop toch niet te laten plaatsvinden.

Gerechtelijke openbare verkopen

Deze procedure was tot dusver ook gangbaar voor gerechtelijke openbare verkopen. Maar dat verandert op 1 september 2018. Vanaf dan wordt voor dit soort verkopen nog slechts één zitdag georganiseerd. Er volgt dus geen recht van hoger bod, noch een tweede zitdag meer.

De datum die telt voor het ingaan van de verandering is die van de eerste zitdag. Valt die op 31 augustus of voordien, dan geldt de oude procedure met recht van openbaar bod.

In een notendop

  • Bij een vrijwillige openbare verkoop kan een eerste zitdag worden gevolgd door een recht van hoger bod en een tweede zitdag.
  • Bij een gerechtelijke openbare verkoop wordt vanaf 1 september 2018 alles in een eerste zitdag afgerond.