Fiscale aftrekposten: met één hand geven en met de andere nemen!

Wat brengt 2018 op fiscaal vlak?

Wat brengt 2018 op fiscaal vlak?

Het zomerakkoord van de regering zit boordevol maatregelen, die nog niet al hun geheimen hebben prijsgegeven. In afwachting van de verdere bespreking en stemming erover in het parlement blijven wij ze ontcijferen in deze vierde aflevering van onze reeks over de zomerse hervorming. In dit nummer leggen wij drie maatregelen onder de loep.

 

1. Investeringsaftrek? Meer!

Een van de fiscale stimuli uit het akkoord van 26 juli moet ervoor zorgen dat KMO’s en eenmansbedrijven meer gaan investeren. De investeringsaftrek bedroeg 4% in 2014 en 2015 en was op 1 januari 2016 al eens gestegen tot 8%. Maar in 2018 en 2019 zal het af te trekken bedrag bij een investering niet minder dan 20% bedragen. Concreet betekent dit dat als je voor 10.000 euro investeert, je in theorie eenmalig 2.000 euro mag aftrekken van het bedrag om de activa te verwerven of te produceren. Vergeet ook niet dat de maatregel is voorbehouden voor KMO’s …
 

Zitten er addertjes onder het gras?

De aftrekmogelijkheid geldt alleen als de investering tot de categorie materiële of immateriële vaste activa behoort en als ze werd gedaan tijdens het betrokken boekhoudjaar. Je moet de activa bovendien verwerven in het kader van je beroepsactiviteiten in België. Nog een voorwaarde: je moet deze vaste activa over een periode van minimaal drie jaar afschrijven. De aftrek wordt berekend op de kostprijs of aanschaffingswaarde van de vaste activa en dit bedrag dient ook als berekeningsbasis voor de afschrijvingen. Merk ook op dat deze maatregel geldt voor gewone investeringen en dat er voor bepaalde specifieke investeringen (digitale toepassingen, onderzoek en ontwikkeling, enz.) andere percentages gelden. Ten slotte bepaalt de huidige reglementering ook dat sommige activacategorieën uitgesloten zijn …
 

Ondertussen heb je natuurlijk begrepen dat je bepaalde investeringen die je toch al had gepland voor je KMO beter nog enkele maanden in de koelkast stopt, want vanaf 2018 geniet je een investeringsaftrek van 20% …

 

2. Notionele interestaftrek? Minder …

De regering geeft, maar ze neemt ook … Zo heeft ze besloten om het “fiscale geschenk” van de notionele interestaftrek te verminderen. Dat was nodig, omdat ze de vennootschapsbelasting heeft teruggeschroefd. Door die stimulans voor de bedrijven (en vooral de KMO’s) zullen de fiscale ontvangsten van de overheid dalen. Ter compensatie stelt de regering onder andere voor om de notionele interestaftrek (ook wel “aftrek voor risicokapitaal” genoemd) drastisch te beperken. In de praktijk zou die aftrekmogelijkheid alleen nog maar kunnen voor kapitaalvariaties en niet langer voor voorraden. Klinkt dit ingewikkeld? We leggen het begrip “notionele interest” nog even uit …
 

De notionele interest in een notendop

De notionele interestaftrek werd in 2006 ingevoerd om de fiscale discriminatie weg te werken tussen bedrijven die hun financiering uit leningen halen en andere die eigen kapitaal investeren (ook wel “risicokapitaal” genoemd). Wanneer bedrijf A een bepaald bedrag leende, dan kon het vervolgens de interesten aftrekken als beroepskosten en zo zijn belastinggrondslag verminderen. En dus betaalde bedrijf A minder belastingen. Maar bedrijf B, dat niet leende en risicokapitaal (lees: zijn eigen kapitaal) inzette, genoot dit voordeel niet! De wetgever voerde daarom de notionele interestaftrek in om bedrijven aan te moedigen om niet alleen te lenen voor hun financiering. Hoe werkt dit? In grote lijnen komt het erop neer, dat ook bedrijf B uit ons voorbeeld een “fictieve interest” van zijn winst mag aftrekken als beroepskosten, zodat zijn belastinggrondslag vermindert. De notionele interestaftrek wordt berekend door de notionele rente te vermenigvuldigen met het eigen vermogen, waarop een bepaalde correctie (de “fictieve interest” dus) wordt toegepast.
 

Een voordeel dat smelt als sneeuw voor de zon …

Op 10 jaar tijd is het percentage dat KMO’s mogen toepassen gedaald van 3,942% naar 1,631% (voor het boekjaar 2017). In 2018 bedraagt het zelfs nog maar 0,737% ... Het zomerakkoord van de regering gaat nog een stap verder: de aftrek zou beperkt worden tot kapitaalverhogingen (met als berekeningsbasis de gemiddelde jaarlijkse groei van de voorbije 5 jaar) en dus niet langer gelden voor alle eigen middelen. De notionele interest wordt daardoor minder interessant dan … de investeringsaftrek (zoals hierboven uitgelegd). En je moet een keuze maken tussen beide fiscale aftrekmogelijkheden, want ze sluiten elkaar uit. Ga dus eerst zorgvuldig na welk stelsel jouw bedrijf het meeste voordeel oplevert …

 

3. Investeringen in groeibedrijven aanmoedigen!

Kort gezegd: de regering wil de bestaande taxshelter voor starters uitbreiden tot groeibedrijven.

Sinds 2015 bestaat er immers een taxshelter voor starters. Deze maatregel is bedoeld om particulieren die (rechtstreeks of via een fonds) investeren in start-ups (bedrijven die minder dan 4 jaar bestaan) een fiscaal duwtje in de rug te geven. Je ontvangt een belastingvermindering van 30% of 45% (bij micro-ondernemingen) van je investering. Het percentage hangt dus af van de grootte van het bedrijf in kwestie.

Wat zegt het zomerakkoord hierover? Het breidt de maatregel uit tot groeibedrijven (de zogeheten scale-ups) … Dit is een duidelijk signaal voor mogelijke investeerders, maar wat de regering precies bedoelt met “groeibedrijf” is veel minder duidelijk. De volgende maanden zullen ongetwijfeld opheldering brengen!


Wij vallen misschien in herhaling, maar je mag niet vergeten dat deze voorstellen nog moeten worden besproken en goedgekeurd door het parlement. Om verrassingen te vermijden is het dus belangrijk dat je deze dossiers goed opvolgt. In een volgende aflevering geven wij tekst en uitleg bij andere maatregelen van de hervorming!