Maatregelen die de werkgelegenheid bevorderen

Wat houden de maatregelen voor jobcreatie precies in?

Wat houden de maatregelen voor jobcreatie precies in?

Jobs, jobs, jobs, … je kent het liedje ondertussen. In haar akkoord van 26 juli heeft de regering ook een hele reeks maatregelen voor jobcreatie opgenomen. Maar wat houden ze precies in? En hoe interessant zijn sommige voorgestelde stimuli voor jou als bedrijfsleider? Meer flexibiliteit, lagere lasten op specifieke domeinen, uitbreiding van de flexi-jobs, … een woordje uitleg.

 

1. Jongeren aanwerven wordt minder duur voor de werkgever!

 

De maatregel van de startersbanen heeft duidelijk de bedoeling om bedrijven aan te sporen meer jongeren van 18 tot 21 jaar aan te werven. Als bedrijfsleider besef je beter dan wie ook hoeveel een werknemer jouw KMO echt kost. Tussen het nettobedrag dat je werknemer ontvangt en het brutoloon dat jij betaalt, gaapt een wijde kloof. Veel bedrijfsleiders denken dus twee keer na vóór ze aanwerven. Daarom wil de regering de drempels voor de tewerkstelling van jongeren verlagen. Concreet betekent dit dat hun loon op hetzelfde peil blijft, terwijl de loonlasten van de werkgever dalen.

 

Deze maatregel zou inderdaad kunnen werken … Maar met welk goocheltrucje gaat de regering dit voor elkaar krijgen? Hoewel er al verschillende mogelijkheden zijn geopperd (via een RVA-premie of een grotere aftrekbaarheid voor de werkgever), heeft de regering nog niet uitgemaakt hoe ze deze lastenverlaging gaat financieren. Hoe dan ook, als je van plan bent om een jongere tussen 18 en 21 jaar aan te werven, heb je er alle belang bij om de procedure tot na 1 januari 2018 uit te stellen, wanneer we weten waar we aan toe zijn …

 

2. Daar is de proefperiode weer, al mag ze zo niet heten …

 

Je herinnert je waarschijnlijk wel dat de proefperiode begin 2014 werd afgeschaft in het kader van de harmonisatie van het statuut van bedienden en arbeiders. Op 1 januari 2018 is ze terug, in al haar glorie … Of toch bijna! In plaats van op haar stappen terug te keren, tapt de regering nu uit een ander vaatje: de opzegtermijnen tijdens de eerste maanden tewerkingstelling worden ingekort. Maar het effect zal waarschijnlijk hetzelfde zijn.

 

Zo zou de opzegtermijn tijdens de eerste drie maanden van een nieuwe overeenkomst nog maar één week bedragen, in plaats van twee nu. Deze grotere flexibiliteit zal sommige bedrijven misschien aansporen om meer mensen aan te werven! Vervolgens stijgt de opzegtermijn geleidelijk tot vijf weken bij overeenkomsten van minder dan zes maanden, tegenover vier nu (zie hieronder).

 

Interessant is ook dat deze maatregel geldt voor alle werknemerstypes en alle overeenkomsten (bepaalde én onbepaalde duur). Dus nogmaals: als je van plan bent om iemand aan te werven, wacht dan eerder tot begin volgend jaar …

    

 

 Opzegtermijnen

 

0 tot 1 maand

1 tot 2 maanden

2 tot 3 maanden

3 tot 4 maanden

4 tot 5 maanden

5 tot 6 maanden

Momenteel

2 weken

4 weken

Vanaf 

1 januari 2018

1 week

3 weken

4 weken

5 weken

 

 

3. Flexi-jobs voor de detailhandel!

 

Kort gezegd komt deze maatregel uit het zomerakkoord hierop neer: de flexi-jobs, die momenteel voor de horeca voorbehouden zijn, worden uitgebreid tot de zelfstandige kleinhandel, de kleinhandel in voedingswaren en de gepensioneerden. Maar wat zijn die flexi-jobs nu eigenlijk?

 

Begin 2015 voerde de regering in haar horecaplan dit speciale mechanisme in om werknemers, die al minstens 4/5 werken, in staat te stellen betaald en occasioneel in een restaurant of café bij te klussen. Dat kan met het statuut van “flexi-job werknemer” of van “flexi-job uitzendkracht”. Welke voordelen leveren deze statuten op? De werknemer die bijklust, profiteert van een voordelige fiscaliteit op zijn bijverdienste. Terwijl het horecabedrijf dat hem tewerkstelt, slechts een speciale patronale bijdrage van 25% betaalt. Natuurlijk zijn aan dit stelsel een hele reeks voorwaarden verbonden (de werknemer moet onder andere minstens 4/5 werken bij zijn hoofdwerkgever) en diverse formaliteiten. De werkgever moet onder andere een algemene raamovereenkomst én een flexi-job-overeenkomst per tewerkstelling opmaken. Deze maatregel is interessant, omdat hij naast de al vermelde voordelen de bedrijven flexibiliteit biedt, bijvoorbeeld om pieken in het werk op te vangen.

 

Maar laten we het opnieuw over het zomerakkoord hebben, dat dit stelsel wil uitbreiden tot de hele zelfstandige kleinhandel: slagerijen, bakkerijen, kleine supermarkten enz. En de andere nieuwigheid is dat ook gepensioneerden nu toegang hebben tot de flexi-jobs.

 

Het is wel nog even afwachten of deze maatregelen werkelijk de beoogde resultaten zullen opleveren en de bedrijven in staat zullen stellen om in hun personeelsbehoeften te voorzien. De voorstellen moeten de volgende maanden in elk geval nog concreet worden ingevuld en door het parlement goedgekeurd. Wil je meer weten over het zomerakkoord? Lees dan ook onze volgende aflevering!