Verzekeringen
Beobank Home Secure

Verbonden alarmsysteem met 24/24 uur telebewaking. Vanaf 22€/maand

Hoe selecteert Beobank haar beleggingsfondsen?

De selectie van beleggingsfondsen gebeurt in 3 rondes.

Een kleine zestigduizend. Dat is het enorme aantal beleggingsfondsen dat in Europa alleen al bestaat, zo schat European Fund and Asset Management Association. Aangezien Beobank daar in totaal een paar honderd van aanbiedt, moet de bank een rigoureuze selectie maken uit het aanbod. Deze selectie wordt uitgevoerd door een toegewijd team van beleggingsanalisten en productmanagers. Na afloop van het analyseproces, waarvan we de fasen hieronder uitgebreid toelichten, wordt de definitieve selectie vervolgens gevalideerd door het Investeringscomité onder de coördinatie van Marc Danneels, Chief Investment Officer.

Eerste ronde: van vijfduizend naar tien

Het Investment Team screent in totaal ongeveer 5.000 fondsen van een tiental fondshuizen, waaronder La Française, J.P. Morgan, BlackRock, Robeco, Invesco en Franklin Templeton. Voor elke subactivaklasse, bijvoorbeeld Europese aandelen, Amerikaanse aandelen, staatsobligaties, bedrijfobligaties, enz. zullen een aantal fondsen volgens een strikt proces geselecteerd worden, met als eindresultaat een lijst van zo’n 35-tal fondsen: de Beobank fondsselectie. Van de 35 fondsen die tot de Beobank Funds Selection behoren, worden er tien als ‘top pick’ gelabeld. Dat zijn onze tien favorieten.

Om tot deze selectie te behoren, moet elk fonds een selectieprocedure ondergaan die uit drie delen bestaat. Het eerste deel is een vragenronde met drie vragen:

  • Bestaat het fonds minstens drie jaar? Jongere fondsen nemen we niet op, omdat er te weinig resultaten voorhanden zijn om de beheerder te beoordelen.
  • Heeft het fonds minstens 100 miljoen euro in portefeuille? Fondsen met lage beheervermogens kunnen immers onmogelijk over dezelfde omvangrijke beheerteams beschikken als de grotere fondsen. Bovendien worden te kleine fondsen vaak snel opgedoekt.
  • Krijgt het fonds een rating van minstens vier sterren (op een schaal van één tot vijf) van Morningstar? Dan kunnen we het eventueel opnemen. De sterren slaan op een vergelijking van de prestaties van fondsen uit dezelfde categorie, zodat een eerlijke vergelijking mogelijk is.

Tweede ronde: kwantitatieve selectie

Fondsen die de eerste ronde overleven, wacht nog een tweede screening per subklasse. Yves Michael Kazadi, Senior Investment Analist, licht toe: “Ook dit is een puur kwantitatieve ronde, waarbij we enkel naar harde feiten kijken zoals een consistente opbrengst. Als er twee fondsen zijn met elk 20% return over vijf jaar, hebben we liever het fonds dat elk jaar consistent presteerde dan een fonds dat het één jaar uitzonderlijk goed heeft gedaan, maar de andere vier jaar heeft gekwakkeld. We onderzoeken ook hoe goed het fonds presteert ten opzichte van een risicovrije belegging, typisch in Amerikaans staatspapier. We meten ook hoe goed het fonds het deed tegenover een index zoals bijvoorbeeld de Eurostoxx 50 voor Europese aandelenfondsen.”

Een ander criterium in dit deel van de analyse is de prestatie van het fonds in zeer slechte periodes. “Voor ons zegt dat veel over de manier waarop het risico wordt beheerd. Beleggers blijken immers vooral gevoelig te zijn voor koersdalingen, veel meer dan voor koersstijgingen. Een koersdaling brengt een veel groter negatief sentiment met zich mee dan het positieve segment bij koersstijgingen. Op lange termijn is zoiets ook belangrijk omdat in perioden van herstel het fonds een minder grote inhaalbeweging moet doen om zijn verlies goed te maken”, onderstreept Yves Michael Kazadi. Na bijvoorbeeld een geleden verlies van -30% zal het fonds zijn verlies pas goedmaken bij een stijging van 43%. Indien de beheerder het verlies zou kunnen beperken tot -15%, volstaat een herneming van 18%. In deze tweede kwantitatieve selectieronde worden risico- en rendementsparameters geanalyseerd over een looptijd van 1, 3 en 5 jaar.

Om bruikbare, meetbare en vooral vergelijkbare informatie te verkrijgen, worden alle gegevens vervolgens onderworpen aan een algoritmische berekening. Het eindresultaat geeft aan hoe elk geanalyseerd fonds zich verhoudt tot elk van de analysecriteria.

Derde ronde: kwalitatieve screening

“Maar dat wil niet automatisch zeggen dat we dan zomaar blindelings de fondsen aanbieden die het best scoren op alle criteria”, vult Roel De Buyser, Verantwoordelijke Advies Sparen en Beleggen, aan. “Daarna is het immers tijd voor de derde en laatste selectieronde: een kwalitatieve screening. Dat is puur teamwork. We kijken dan bijvoorbeeld welke fondsen complementair zijn in een beleggingsvoorstel. Als de eerste drie een quasi identieke beleggingsstrategie hebben, heeft het geen zin die alle drie aan te bieden want ze zullen elk op dezelfde manier evolueren.

We willen natuurlijk fondsen die kwalitatief en toekomstgericht zijn. Het kan bijvoorbeeld dat een fonds een beleggingsstrategie heeft die geen voordeel haalde over de voorbije fase van de economische cyclus. Deze cyclus verandert echter voortdurend, waardoor de strategie in een andere fase wel resultaat zou kunnen opleveren. We moeten dus rekening houden met de economische context en zoveel mogelijk anticiperen op de evolutie ervan.”

De laatste fase in het selectieproces is dus cruciaal, merkt Marc Danneels op. “De risico- en rendementsparameters geven enkel een beeld van prestaties uit het verleden. In deze laatste stap van de selectie toetsen we de fondsen die het best uit de tweede –kwantitatieve- screening kwamen aan een hele set van macro-economische data. Ons doel hierbij is om uiteindelijk deze fondsen te weerhouden in de verschillende subactivaklassen, die optimaal kunnen inspelen op onze macro-economische vooruitzichten. Als concreet voorbeeld: gegeven de macro-economische context en onze vooruitzichten, zouden we voor een bepaalde regio eerder kunnen opteren voor ‘groei’-  strategie dan een ‘waarde’-aanpak.

We zullen echter nooit een fonds in onze selectie onnodig wijzigen. Er is een zekere continuïteit in onze selectie, wat meteen ook een goede indicatie is van de kwaliteit van ons selectieproces, waar we de fondsen willen aanbieden die consistent goed scoren. We zijn minder geïnteresseerd in fondsen die het even uitstekend doen, maar op andere momenten ver achter blijven.

Zoals u intussen heeft begrepen, is de selectie van fondsen een complex en constant proces. De fondsen worden rigoureus gescreend en geanalyseerd op meerdere criteria, zowel kwantitatief als kwalitatief.

"Het is een proces dat veel kritisch denken vereist. Je mag je niet blindstaren op resultaten uit het verleden, maar je moet je voortdurend afvragen hoe zo’n fonds zijn resultaten heeft behaald. Het gaat om een open aanpak met oog voor detail", besluit Marc Danneels.

 

Wij herinneren er u aan dat beleggingsproducten blootgesteld zijn aan risico’s met inbegrip van een mogelijk verlies van het belegde kapitaal. Beleggingsproducten zijn geen bankdeposito’s en worden niet gewaarborgd door Beobank NV|SA.

Informatie of advies nodig over beleggen?

We maken graag tijd vrij voor een persoonlijk gesprek.

Maak een afspraak

Hoe kunnen we u helpen?