Hoe selecteert Beobank haar beleggingsfondsen?

Hoe selecteert Beobank haar beleggingsfondsen?

Hoe selecteert Beobank haar beleggingsfondsen?

Een kleine dertigduizend. Dat is het enorme aantal beleggingsfondsen dat er bestaat, zo schat European Fund and Asset Management Association. Beobank biedt er daar in totaal een paar honderd van aan en moet dus een rigoureuze selectie maken uit het aanbod. Die taak wordt toevertrouwd aan een team van drie mensen: Product Manager Mutual Funds Stijn Van Parys, Investment Analist Yves-Michael Kazadi en, de verantwoordelijke van het Investment Team, Gilles Coens.

Voor we uit de doeken doen hoe hun selectieprocedure werkt, eerst iets anders: over welke eigenschappen moet je beschikken om in het team te kunnen meedraaien? Gilles Coens hoeft er niet lang over na te denken. “Je moet vooral een kritisch oog hebben”, zegt hij. “Je mag je niet blindstaren op resultaten uit het verleden, maar je ook voortdurend afvragen hoe zo’n fonds zijn resultaten heeft gehaald. Is dat consistent gebeurd of was het een lucky shot? En wat gaat het fonds in de toekomst doen, dat is natuurlijk de hamvraag . Kortom: je moet zowel een open geest hebben, als oog voor details.”

Van vijfduizend naar tien

Het Investment Team screent in totaal ongeveer 5.000 fondsen van een tiental fondshuizen, waaronder La Française, J.P. Morgan, BlackRock, Robeco, Invesco en Franklin Templeton. “Voor elke subaktivaklasse, bijvoorbeeld Europese aandelen, Amerikaanse aandelen, staatsobligaties, bedrijfobligaties, enz. zullen een aantal fondsen volgens een strikt proces geselecteerd worden. Een eerste analyse mondt uit in een selectie van zo’n 300 fondsen die we aan onze klanten voorstellen. Om de keuze voor onze klanten nog makkelijker te maken, stellen wij, op basis van die 300 fondsen, een lijst op van een zestigtal fondsen die wij, volgens onze criteria, tot de meestbelovende rekenen”, legt Gilles Coens uit. Deze selectie noemen we de ‘Premium Funds Selection’. Van die zestig fondsen die de Premium Funds Selection uitmaken, zijn er dan tien die wij als top pick labelen, onze tien favorieten."

Om daar te geraken, moet elk fonds door een selectieprocedure die uit drie delen bestaat. “Het eerste deel is een vragenronde met vier vragen. De eerste is: bestaat het fonds minstens drie jaar? Jongere fondsen nemen we niet op, omdat er er te weinig resultaten voorhanden zijn om de beheerder te beoordelen. De tweede vraag is: heeft het fonds minstens 100 miljoen euro in portefeuille? Fondsen met lage beheerde vermogens kunnen immers onmogelijk over dezelfde omvangrijke beheersteams beschikken als de grotere fondsen. Bovendien worden te kleine fondsen vaak snel opgedoekt. Daarnaast kijken we ook naar de rating van het fonds door Morningstar, die bestaat uit 1 tot 5 sterren. Heeft het fonds een rating van minstens drie sterren? Dan kunnen we het eventueel opnemen. Die sterren slaan op een vergelijking van de prestaties van fondsen uit dezelfde categorie, zodat een eerlijk vergelijk mogelijk is. En, last but not least, mag die rating niet “negatief” zijn, dat is een bepaalde kwaliteitsbeoordeling van Morningstar.”

De tweede ronde

Fondsen die deze ronde overleven, wacht nog een tweede screening per subklasse. Gilles Coens: “Ook dit is weer een puur kwantitatieve ronde, waarbij we enkel naar harde feiten kijken. Een consistente opbrengst. Als er twee fondsen zijn met elk 20% return over vijf jaar, hebben we liever het fonds dat elk jaar consistent presteerde dan een fonds dat het één jaar uitzonderlijk goed heeft gedaan, maar de andere vier jaar heeft gekwakkeld. We onderzoeken ook hoe goed het fonds presteert ten opzichte van een risicovrije belegging, typisch in Amerikaans staatspapier. We meten ook hoe goed het fonds het deed tegenover een index zoals bijvoorbeeld de Eurostoxx 50 voor Europese aandelenfondsen.”

Nog een criterium in dit deel is hoe het fonds presteerde in zeer slechte periodes. Gilles Coens: “Voor ons zegt dat veel over hoe het risico wordt beheerd. Beleggers blijken immers vooral gevoelig te zijn voor koersdalingen, veel meer dan voor koersstijgingen. Een koersdaling brengt een veel groter negatief sentiment met zich mee dan het positieve segment bij koersstijgingen. Op lange termijn is zoiets ook belangrijk omdat in perioden van herstel het fonds een minder grote inhaalbeweging moet doen om zijn verlies goed te maken. Na bijvoorbeeld een verlies van -30% zal het fonds zijn verlies pas goedmaken na een stijging van 43%. Indien de beheerder het verlies zou kunnen beperken tot -15%, volstaat een herneming van 18%.

En het laatste criterium ten slotte, is de kostprijs: excessieve kostenpercentages benadelen de prestaties van de fondsen.”

Alle cijfers in deze tweede ronde worden overigens automatisch berekend via een computeralgoritme dat het team van Beobank zelf ontwikkelde. Er komt quasi geen handwerk meer aan te pas. Het uiteindelijke resultaat is een lange lijst van fondsen die elk een bepaalde score op vijf hebben gekregen.

Kwalitatieve screening

“Per subklasse krijgen we dan een bepaalde rangschikking van de computer, maar dat wil niet zeggen dat we dan zomaar blindelings de top-5 gaan aanbieden”, zegt Gilles Coens. “Daarna is het immers tijd voor de derde en laatste selectie: een kwalitatieve screening. Dat is puur teamwork. We kijken dan bijvoorbeeld welke fondsen complementair zijn in een beleggingsvoorstel. Als de eerste drie een quasi identieke beleggingsstrategie hebben, heeft het geen zin die alle drie aan te bieden want ze zullen elk op dezelfde manier evolueren, zowel positief als negatief.

We willen natuurlijk ook fondsen die kwalitatief en toekomstgericht zijn. Het kan bijvoorbeeld dat een fonds een beleggingstrategie heeft die geen voordeel haalde over de voorbije fase van de economische cyclus. Deze cyclus verandert echter voortdurend, waardoor de de strategie in een andere fase wel resultaat zou kunnen opleveren. Daar moeten we op voorhand al rekening mee houden. We waken er daarnaast ook over dat we continuïteit in onze selectie steken. Het is niet de bedoeling om te veranderen om te veranderen.”

Desondanks zijn er elk kwartaal maximaal een tiental fondsen die uit de selectie van Beobank plaats moeten ruimen voor betere alternatieven, zegt Gilles Coens. “ Meestal zijn het er twee of drie. Een strategie waar het potentieel beperkt wordt, een fondsbeheerder die vertrekt, een beleggingsbeleid dat sterk verandert,…dat zijn bijvoorbeeld typische redenen voor ons om afscheid te nemen van een fonds. Maar we doen geen onnodige veranderingen. Het gebeurt ook dat de selectie ongewijzigd blijft.”

 

Vragen?

Bij vragen kan u zich richten tot uw beleggingsadviseur. Hij helpt u graag verder.

 

Wij herinneren er u aan dat beleggingsproducten blootgesteld zijn aan risico’s met inbegrip van een mogelijk verlies van het belegde kapitaal. Beleggingsproducten zijn geen bankdeposito’s en worden niet gewaarborgd door Beobank NV|SA.