Steunmaatregelen voor bedrijven in tijden van COVID-19

Update 5/04/21

Hoe kunnen Belgische bedrijven en zelfstandigen zich wapenen tegen de gevolgen van het coronavirus voor hun activiteiten?

De regels en de lockdown om ons te beschermen tegen de covid-19-epidemie hebben nog altijd grote gevolgen voor de Belgische bedrijven en zelfstandigen. Op welke overheidssteun mogen zij momenteel rekenen?

De jaarwisseling heeft weinig verandering gebracht: ook in 2021 heeft het coronavirus een enorme impact op onze gezondheid en veiligheid. De epidemie ontwikkelt zich in golven en blijft wegen op de economische spelers van ons land, met de zelfstandigen en KMO’s als grootste slachtoffers. De gevolgen van de crisis laten zich nog steeds voelen en de regeringen in ons land zien zich verplicht om de steunmaatregelen voor de bedrijven te verlengen.

Dit bijgewerkte artikel zet de voornaamste federale steunmaatregelen op een rijtje en vertelt u bij welke instanties u kunt aankloppen.

Voorgeschiedenis sinds het begin van de coronacrisis

In maart bepaalde de Nationale Veiligheidsraad (NVR) dat bars, cafés en restaurants moesten sluiten en dat “niet-essentiële” winkels slechts beperkt open mochten blijven. Deze maatregelen hadden een grote impact op de omzet van veel Belgische bedrijven en zelfstandigen. Daarna volgde een geleidelijk proces van opeenvolgende versoepelingen. De zelfstandigen en bedrijven kregen hierdoor weer wat ademruimte.

In de zomer besliste de NVR om niet over te schakelen op fase 5 van de versoepelingen. Er kwamen integendeel maatregelen om de verspreiding van het virus in te dijken. De horeca moest sindsdien bijvoorbeeld het e-mailadres en telefoonnummer van alle gasten noteren. Maar ondanks deze inspanningen kwam de heropleving niet echt op gang, terwijl er over de gezondheidssituatie grote onzekerheid bleef heersen.

Dat we deze moeilijke periode nog lang niet achter ons hebben gelaten, blijkt uit de nieuwe, strengere maatregelen die het Overlegcomité op 16 oktober 2020 heeft genomen. Vooral de horeca betaalt een zware tol door de sluiting van alle horecazaken van 19 oktober tot 15 november. Twee weken later werd een nieuwe verstrenging doorgevoerd: België voerde een nieuw soort lockdown in, waarbij alle “niet-essentiële winkels” vanaf 2 november 2020 moesten sluiten, in eerste instantie voor een periode van zes weken.

De formule is iets “soepeler” dan in maart 2020, aangezien de winkels de goederen wel thuis mogen leveren of hun klanten mogen toestaan om ze aan de winkel op te halen. Toch brengt deze nieuwe lockdown opnieuw een zware slag toe aan het Belgische economische weefsel. Talrijke sectoren waren reeds zwaar getroffen sinds het begin van de crisis of lagen zelfs volledig stil en veel Belgische zelfstandigen en KMO’s hebben moeite om het hoofd boven water te houden.

In november is het Overlegcomité opnieuw bijeengekomen met eerste minister Alexander De Croo als voorzitter. Het comité evalueerde de evolutie van de epidemie en kondigde nieuwe maatregelen aan. Belangrijkste nieuwigheid: zowel de niet-essentiële winkels als de musea en zwembaden mochten op 1 december onder strikte voorwaarden weer opengaan. Maar alle horecazaken, de evenementensector en de contactberoepen moesten de deuren tot minstens 15 januari 2021 op slot houden. Sindsdien is de situatie er voor hen zeker niet op verbeterd.

We kunnen alleen maar vaststellen dat de handelaars tot nu toe weinig redenen tot juichen hebben in 2021, aangezien de ministerraad de maatregelen die van kracht waren tot in maart heeft verlengd. Een week later werden de teugels nog maar eens aangehaald en werden toeristische reizen verboden. Hoewel sommige contactberoepen en vastgoedprofessionals de deuren weer mogen openen (vanaf 13 februari), blijft in het huidige scenario de situatie nog altijd penibel voor veel zelfstandigen en bedrijfsleiders. Dat is zeker het geval als ze, op straffe van zware boetes, verplicht zijn om de deuren gesloten te houden.

Op 12 februari volgde er een nieuwe belangrijke beslissing. Het kernkabinet besloot om de steunmaatregelen te verlengen tot eind juni 2021. Op dit “goede nieuws” volgde een versoepelingskalender die begin maart door het Overlegcomité werd meegedeeld. Door de strikte maatregelen een beetje los te laten, zou er binnenkort meer mogelijk zijn. Zo zouden er vanaf april buiten evenementen en culturele manifestaties plaatsvinden voor maximaal 50 personen. De horecazaken zouden vanaf 1 mei toegankelijk zijn voor het publiek.

Maar terwijl deze beslissingen veel ondernemers weer wat perspectief leken te bieden, moest het Overlegcomité op woensdag 24 maart flink gas terugnemen en zelfs opnieuw een soort lockdown afkondigen. Opnieuw zijn het de niet-medische contactberoepen zoals de kappers en tattoosalons, die zwaar zijn getroffen. Zij moeten immers opnieuw sluiten vanaf 26 maart. De zogeheten niet-essentiële winkels hoeven weliswaar niet te sluiten, maar krijgen het toch ook weer moeilijk, want ze mogen hun klanten alleen op afspraak ontvangen. Ondertussen rijgen de weken en maanden zich aan elkaar en blijft de toestand dramatisch voor veel Belgische zelfstandigen en KMO’s.

Tegen deze achtergrond staan onze klanten zelfstandigen en bedrijfsleiders voor grotere uitdagingen dan ooit. Zij rekenen op onze steun. Beobank is vastbesloten om zijn belofte van advies en nabijheid voor zijn klanten ook nu na te komen. Wij begeleiden onze professionele klanten die nog steeds zwaar getroffen worden door de covidmaatregelen en die voor het weer aanzwengelen van hun activiteiten onze steun meer ooit nodig hebben.

De federale regering heeft een reeks maatregelen genomen om de ondernemers te helpen het hoofd boven water te houden. Niet alleen worden sommige maatregelen die tijdens de eerste lockdown werden genomen nu verlengd, maar de federale regering keurde ook een grootschalig sociaal-economisch plan goed, met een bijzonder enveloppe van 500 miljoen euro.

Ook de drie Gewesten doen al het nodige om hun bedrijven te ondersteunen met nieuwe of verlengde maatregelen. Raadpleeg zeker onze artikels met meer informatie over de specifieke ondersteuning:

Dit artikel zal worden bijgewerkt wanneer de situatie evolueert.

OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE FEDERALE MAATREGELEN SINDS HET BEGIN VAN DE COVID-19-PANDEMIE

1. BETALINGSFACILITEITEN

Bedrijven die wegens het coronavirus betalingsmoeilijkheden ondervinden, kunnen onder bepaalde voorwaarden spreiding van betaling aanvragen voor:

  • de btw,

  • de bedrijfsvoorheffing,

  • de belastingen.

Merk hierbij op dat de voorschotten van december voor de bedrijfsvoorheffing en de btw pas in het eerste kwartaal van 2022 zullen moeten worden betaald, om de cashflow van de ondernemingen te ontzien.

Faciliteiten die geldig zijn tot 30 juni 2021. Om hiervan gebruik te kunnen maken vult u één enkel formulier in zodra u uw aanslagbiljet of betalingsverzoek ontvangt. Stuur dat formulier dan terug via e-mail of de post. U vindt meer informatie hierover in dit artikel.

De RSZ heeft ook een minnelijk afbetalingsplan met een maximale duur van 24 maanden aangeboden voor de betaling van alle bijdragen en bedragen die voor 2020 verschuldigd waren. Begin dit jaar kondigde de RSZ aan dat deze steunmaatregel tijdens de eerste twee kwartalen van 2021 wordt verlengd. Dit geldt zowel voor de aangiften van het 1ste en 2de kwartaal als voor de bijdrage voor de jaarlijkse vakantie. Bedrijven vermijden hiermee eventuele vermeerderingen, forfaitaire vergoedingen en nalatigheidsinteresten.

Eveneens belangrijk: wie geen voorafbetalingen stort voor het 1ste en 2de kwartaal van 2021 riskeert geen enkele boete.

In aansluiting op de maatregelen van oktober werd een stelsel voor de compensatie van de sociale RSZ-werkgeversbijdragen ingevoerd voor alle werkgevers die verplicht werden om te sluiten. Dit bedrag stemde overeen met de netto basiswerkgeversbijdragen en met de solidariteitsbijdrage van de werkgevers voor studenten in het derde kwartaal van 2020. De betrokken werkgevers hoefden niets te doen, aangezien de RSZ de premies berekent en rechtstreeks op de rekening van de onderneming stort. Het is nog altijd mogelijk om de RSZ-website te raadplegen om te weten of u in aanmerking kwam voor deze maatregel.

Eind december werd deze compensatiemaatregel uitgebreid tot de rechtstreekse leveranciers van de werkgevers die moeten sluiten. Hierdoor was de premie ook toegankelijk voor werkgevers die konden bewijzen dat normaal minstens 20% van hun omzet afkomstig was van bedrijven die sinds de herfst gesloten zijn. Bovendien moesten de werkgevers ook kunnen aantonen dat hun activiteiten of loonmassa (en in sommige gevallen hun btw-aangifte) in de loop van het 2e of 4e kwartaal van 2020 minstens 65% lager liggen dan in 2019 (of in vergelijking met het vorige kwartaal van 2020). Normaal had u tot 15 februari 2021 de tijd om uw aanvraag in te dienen, maar u kunt nog altijd op de RSZ-website gaan controleren of u in aanmerking komt. U vindt er ook uitgebreide informatie over de voorwaarden en bedragen.

De regering voorziet ook in faciliteiten voor de betaling van de bijdrage voor de jaarlijkse vakantie in de horeca en de gesloten sectoren. Normaal moeten werkgevers deze bijdrage elk jaar vóór 30 april aan de RSZ storten. Ze bedraagt ongeveer 10% van het brutoloon. Om de horecawerkgevers niet nog meer te belasten mogen ze de betaling ervan zes maanden uitstellen. De andere werkgevers kunnen “makkelijk” een betalingsplan verkrijgen, dat in de praktijk neerkomt op een uitstel met zes maanden. Het betalingsverzoek dat de RSZ verstuurt, geeft u hierover concrete informatie.

Bepaalde fiscale maatregelen waren bedoeld om bedrijven meer ademruimte te geven,  zoals de “coronareserve”, de covid-19-taxshelter die tot 31 augustus 2021 wordt verlengd en een zekere soepelheid in de nieuwe beperking van de aftrekbaarheid van interesten. Bovendien konden natuurlijke personen en bedrijven hun aangifte in de vennootschapsbelasting uiterlijk op 30 november 2020 indienen.

2. GARANTIEREGELING

In overleg met de Nationale Bank en de banksector heeft de federale overheid een garantieregeling ingevoerd voor in totaal 50 miljard euro. Het stelsel geldt voor alle nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden die banken tot 30 september 2020 verstrekken aan levensvatbare niet-financiële bedrijven, zelfstandigen en organisaties zonder winstoogmerk. Het stelsel is met terugwerkende kracht van toepassing sinds 1 april 2020. Het sociaal-economisch plan van november 2020 voorziet in de verlenging van dit stelsel tot (minstens) 30 juni 2021.

3. UITSTEL VAN BETALING VOOR KREDIETEN

De financiële sector engageert zich eveneens om de bedrijven te helpen met moratoriums (uitstel van betaling), onder andere voor bedrijfskredieten. Deze maatregel om de terugbetaling van kredieten te “bevriezen” is eerder al twee keer verlengd: eerst tot eind 2020 en vervolgens tot 31 maart van dit jaar. Omdat bedrijven opnieuw alarm sloegen, heeft de bankensector in overleg met de minister van Financiën opnieuw onderzocht of verlenging van de verbintenissen mogelijk was.

Wat is er nieuw in het begin van 2021? De einddatum van het moratorium schuift opnieuw op, nu tot 3 juni 2021. De modaliteiten die nu gelden, blijven van kracht. U kunt uw bank dus vragen om de terugbetaling van uw beroepskredieten tijdelijk op te schorten, maar die aanvraag moest u in principe wel vóór eind maart indienen.

Het moratorium betekent dat u een aantal maanden geen kapitaal meer terugbetaalt, maar wel de interesten. De looptijd van uw krediet wordt tegelijk verlengd met het aantal maanden uitstel van terugbetaling. De banken hadden al eerder beloofd dat ze hiervoor geen administratieve of dossierkosten zouden aanrekenen en dat blijft zo.

Waarmee moet u nog rekening houden? Het uitstel van terugbetaling mocht maximaal over 9 maanden lopen. Hebt u die grens al bereikt? U krijgt nu opnieuw het recht om een extra uitstel tot eind juni aan te vragen aan uw bank.

Vergeet ook niet dat de maatregel is voorbehouden voor “levensvatbare” bedrijven. En dat moet u kunnen aantonen. Maar wat is een “gezond” bedrijf precies? Daarvoor zijn specifieke criteria bepaald. Volgens Febelfin, de Belgische federatie van de financiële sector, moet u bijvoorbeeld kunnen bewijzen dat uw bedrijf financieel voldoende solide is. Met andere woorden, u mocht aan het einde van het boekjaar 2019 geen negatief eigen vermogen hebben. Bovendien:

  • mocht u op 30 september 2020 geen achterstallige betalingen bij de belastingen en de sociale zekerheid hebben (zonder rekening te houden met eventueel uitstel van betaling toegekend als covid-19-steunmaatregel); 
  • moet u aan al uw kredietverplichtingen hebben voldaan;
  • mocht u in 2019 geen verlies hebben geboekt en
  • mag het netto-actief nu niet negatief zijn als u niet de mogelijkheid hebt om het kapitaal op korte termijn te versterken.

Meer weten? Ga dan naar de website van Febelfin of neem contact op met uw Beobank-adviseur.

 

4. MORATORIUM OP FAILLISSEMENTEN

De regering had al meteen bij de eerste golf ook een moratorium op de faillissementen ingevoerd. Het liep eerst tot 17 juni, dan tot 6 november en ten slotte tot 31 januari 2021. Ook die laatste datum is nu overschreden en het ziet er niet naar uit dat de maatregel nog verlengd wordt, ondanks de eisen van sommige werkgeversorganisaties. Bovendien had de regering beloofd om een nieuwe, eenvoudigere, snellere en efficiëntere procedure gerechtelijke reorganisatie uit te werken, steeds met de bedoeling om de continuïteit van bedrijven in moeilijkheden te verzekeren. Wait and see!

5. CORONAWERKLOOSHEID

Wegens de nieuwe “lockdown” vanaf midden oktober kunnen bedrijven opnieuw een beroep doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - covid-19. Deze maatregel geldt zowel voor arbeiders als bedienden. Belangrijkste voorwaarde: de link met de epidemie moet duidelijk aangetoond worden.

Oorspronkelijk werd deze maatregel verlengd tot eind 2020, maar uitsluitend voor bedrijven die voorkomen in de lijst van de “bijzonder zwaar getroffen” sectoren die door de FOD Werkgelegenheid wordt gepubliceerd. Bovendien geldt hij voor bedrijven die minstens 20% tijdelijke werkloosheid hadden in het tweede kwartaal van 2020.

Wegens de nieuwe lockdownmaatregelen werd deze versoepelde “coronawerkloosheid” opnieuw uitgebreid tot alle bedrijven voor de periode van 1 oktober 2020 tot 30 juni 2021.

We herinneren eraan dat werknemers (of hun kinderen) die in quarantaine moeten gaan of die hun kinderen moeten opvangen omdat de school gesloten is, eveneens in aanmerking komen voor “covid-19-werkloosheid”. Voor deze categorieën geldt dus geen speciale procedure meer.

Voor deze “tijdelijke” werkloosheid blijft ook een verlaging van de bedrijfsvoorheffing gelden, terwijl de degressiviteit van de uitkeringen bij volledige werkloosheid is opgeschort.

Anderzijds kunnen de werkgevers die ondertussen op een ander werkloosheidsstelsel waren overgestapt, terugkeren naar de coronawerkloosheid. Het volstaat steeds dat de werkgever de uren van tijdelijke werkloosheid in de loop van de betrokken maand elektronisch aangeeft.

Meer informatie over tijdelijke werkloosheid wegens overmacht-covid 19 vindt u op onze website of op de RVA-website.

  • Vakantiegeld voor tijdelijk werklozen

In overleg met de sociale partners was de staat de verbintenis aangegaan om de financiering van het vakantiegeld voor tijdelijk werklozen gedeeltelijk op zijn schouders te nemen. Bovendien werd er wel degelijk rekening gehouden met de dagen van tijdelijke werkloosheid (gelijkgesteld met gewerkte dagen) bij de berekening van het vakantiegeld.

6. ANDERE MAATREGELEN VOOR DE BEDRIJVEN

  • Uitstel van de vennootschapsbijdrage

De betaling van de jaarlijkse vennootschapsbijdrage, die 347,50 euro of 868 euro bedraagt, mag nog tot eind juni van dit jaar worden uitgesteld om de bedrijven een extra adempauze te gunnen.

  • Telewerken is opnieuw verplicht

Tijdens deze nieuwe lockdown is telewerken opnieuw een verplichting, voor zover het de continuïteit van de activiteiten en de essentiële functies niet in de weg staat. Er gelden nog steeds talrijke fiscale voordelen. Zo is de onkostenvergoeding die de werkgever uitbetaalt aan thuiswerkers onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van belastingen. Samen met de Dienst Voorafgaande Beslissingen werd een zogeheten “fast track-procedure” opgezet om deze vergoedingen voor thuiswerk sneller uit te keren. Ga voor meer informatie naar de RSZ-website.

Hou er rekening mee dat er vanaf januari 2021 onaangekondigde controles komen in dienstverlenende bedrijven. De controles hebben tot doel om na te gaan of de preventieve maatregelen in verband met covid-19, zoals telewerken, worden nageleefd. Na een eerste waarschuwingsfase zullen de controlediensten steeds strenger optreden. Met deze checklist kunt u zelf nagaan of u in orde bent.

Sinds 24 maart legt de regering de werkgevers een nieuwe verplichting op. U dient nu aan te geven welke personen op de werkplek aanwezig zijn. De aangifte dient maandelijks te gebeuren via de RSZ-website, uiterlijk op de zesde kalenderdag.

Een eerdere verplichting blijft van kracht: overhandig uw personeel een attest dat bevestigt dat zij op kantoor aanwezig moeten zijn.

  • Hogere percentages van de voordelen van voorafbetalingen

De percentages van de derde en vierde voorafbetaling van dit jaar, die respectievelijk op 10 oktober en 20 december moesten verricht zijn, werden verhoogd. Door deze steunmaatregel was het minder nadelig om voorafbetalingen uit te stellen tot later in het jaar. Maar deze maatregel, die niet langer geldt, was niet van toepassing op bedrijven die eigen aandelen inkopen, een kapitaalvermindering doorvoeren of dividenden betalen of toekennen.

De vervaldatums van de voorafbetalingen van 2021 zijn nu bekend, maar voorlopig werden er nog geen specifieke maatregelen bekendgemaakt.

  • Fiscaal voordeel om investeringen te stimuleren

Financieel zijn dit moeilijke tijden. Bedrijven zijn dan al snel geneigd om hun investeringen uit te stellen of terug te schroeven. Maar daardoor begint de economische motor nog trager te draaien. Daarom heeft de federale regering een maatregel (her)ingevoerd om deze “investeringskrimp” tegen te gaan: een verhoging van de investeringsaftrek. Dit fiscaal voordeel stijgt van 8% naar 25% voor “aankopen” die plaatsvinden tussen 12 maart 2020 en het einde van 2020.

Voor zelfstandigen en KMO’s betekent dit een fiscale lastenvermindering tijdens het lopende jaar. Wat betekent de maatregel concreet? Een investering van 10 000 euro vóór 31 december verlaagt de belastbare grondslag met 2 500 euro (bovenop de afschrijvingen). Het moet gaan om investeringen in materiële en immateriële vaste activa die tijdens de periode in nieuwe staat werden verkregen en uitsluitend dienen voor de beroepsactiviteiten in België. Een andere voorwaarde bepaalt dat de activa afschrijfbaar moeten zijn over een periode van minimaal drie jaar.

Ter herinnering: de investeringsaftrek was in het boekjaar 2019 al eens tijdelijk opgetrokken tot 20%, terwijl die normaal 8% bedraagt. De reden was toen dezelfde: de investeringen stimuleren. Veel bedrijven hebben toen zeker van die maatregel gebruik gemaakt wegens het fiscale voordeel. Maar niemand kon toen vermoeden dat 2020 zo chaotisch zou worden. Daarom geldt nu de regel dat bedrijven die onvoldoende winst maken in 2020 om van de maatregel te genieten, de verhoogde investeringsaftrek naar hun volgende boekjaar (2021) mogen overdragen. Meer informatie hierover vindt u op onze website.

 

  • Lagere belastingen op huurinkomsten

Eigenaars van vastgoed die hun huurders toestaan dat ze (van maart tot mei) geen of slechts gedeeltelijke huur betalen, ontvangen een fiscale bonus. Het bedrag van de geannuleerde huur zal voor 30% als grondslag voor een belastingverlaging mogen dienen.

  • Overheidsopdrachten: geen sanctie bij vertraging

Ook ondernemingen die moeilijkheden ondervinden bij de uitvoering van federale overheidsopdrachten of hierbij vertraging oplopen, kunnen op een zekere soepelheid rekenen, waardoor ze geen risico lopen op boetes of sancties.

  • Fiscale vrijstelling van de toegekende steun

De steun die wordt verleend door de steden, gemeenten en gewesten is vrijgesteld van belastingen, zodat de uitgekeerde bedragen volledig ten goede komen van de bedrijven. Lees op onze blog meer informatie over de fiscale behandeling van de steunmaatregelen.

  • Werkbonus

De maatregel die bepaalt dat KMO’s geen sociale bijdragen betalen voor de eerste werknemer die ze aanwerven, werd voor onbepaalde tijd verlengd. U kunt er dus nog het hele jaar 2021 gebruik van maken.

  • Eindejaarspremies

Bovendien was de RVA de verbintenis aangegaan om een supplement bij de eindejaarspremie te financieren voor werknemers die in 2020 langer dan 52 dagen tijdelijk werkloos waren. Het ging om 10 euro per extra dag tijdelijke werkloosheid, met een minimum van 150 euro.

  • Specifieke steun voor de horeca

Btw naar 6%

De regering werkt momenteel aan een nieuwe verlaging tot 6% van de btw voor restaurants en cateringdiensten, een zeer zwaar getroffen sector. Een gelijkaardige maatregel was al eerder van kracht tot eind 2020.

FAVV

Zoals in 2020 zijn de bedrijven in deze sector in 2021 vrijgesteld van betaling van de jaarlijkse FAVV-bijdrage, die tot 3 000 euro kan oplopen.

Eindejaarspremies

De regering verleende de garantie dat de eindejaarspremie in de horeca voor 100% wordt uitbetaald (door het Waarborg- en Sociaal Fonds van de Horeca te subsidiërn met 167.000.000 euro). Ook werknemers die werden getroffen door tijdelijke of economische werkloosheid tijdens de covid-19-crisis komen in aanmerking.

  • Specifieke steun voor de toeristische sector

Gezien de impact van de overheidsmaatregelen op deze sector, besliste de federale regering om een enveloppe van 30 miljoen euro vrij te maken voor reisprofessionals. De precieze voorwaarden moeten nog bepaald worden, maar de steunmaatregel zal de vorm aannemen van een loonsubsidie van 70% van een geplafonneerde loonkost, en dat voor 30% van het personeel. Deze ruggensteun zal de eerste twee trimesters van 2021 dekken. 

7. SPECIFIEKE MAATREGELEN VOOR ZELFSTANDIGEN

  • Sociale bijdragen: verlaging, uitstel van betaling of kwijtschelding

2020 was een bijzonder jaar voor uw sociale bijdragen. U kon vragen om de voorlopige bijdragen die u aan uw sociaal verzekeringsfonds betaalt te verlagen, met een jaar uit te stellen of kwijt te schelden.

Deze maatregelen zijn nu officieel verlengd voor het hele jaar 2021.

Het uitstel van uw sociale bijdragen tot volgend jaar is dus voor de vier kwartalen van 2021 mogelijk, inclusief voor de regularisaties van de vorige jaren. U hoeft dus geen vermeerdering of impact op de sociale dienstverlening te vrezen. Als u momenteel nog aanzienlijke betalingsmoeilijkheden ondervindt, krijgt u op die manier dus voorlopig wat ademruimte.

U dient het uitstel telkens voor elk kwartaal aan uw sociaal verzekeringsfonds aan te vragen. Voor het eerste kwartaal is het nu te laat, maar als u uitstel van betaling voor het tweede kwartaal wenst, dan kunt u dat nog tot uiterlijk 15 juni aanvragen.

Verlaging van de voorlopige sociale bijdragen blijft net zoals in 2020 ook voor 2021 mogelijk wanneer uw beroepsinkomsten sterk zijn gedaald. De vereenvoudigde procedure om deze verlaging aan te vragen blijft ook in 2021 gelden.

Ook de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen wegens tijdelijke economische of financiële moeilijkheden in verband met de covid-19-crisis blijft in 2021 behouden. U beschikt telkens over 12 maanden na het einde van het betrokken kwartaal om uw aanvraag in te dienen.

Hoe zit het met de sociale bijdragen die u in 2020 hebt laten uitstellen? Normaal zou u die in 2021 moeten betalen. Maar als uw cashflow dat niet toelaat, kunt u een plan voor gespreide betaling aanvragen bij uw sociaal verzekeringsfonds. U behoudt daarbij al uw rechten op gezondheidszorg. Deze betalingsfaciliteiten kunnen over maximaal 12 maanden lopen vanaf de einddatum van het eerder verkregen uitstel. U kunt tegelijk ook vragen dat de vermeerderingen die bij dit afbetalingsplan horen niet zouden worden toegepast.

Let op: uitstel is een goed idee als u tijdelijke cashflowproblemen hebt, maar vergeet niet dat het maar om uitstel met een jaar gaat. U moet dan niet alleen de uitgestelde bijdragen van het vorige jaar betalen, maar ook de bijdragen van het lopende jaar. En aangezien u door het uitstel bijvoorbeeld een jaar lang geen sociale bijdragen betaalt, kunt u die in dat jaar ook niet van uw belastinggrondslag aftrekken.

8. OVERBRUGGINGSRECHT

  • Crisis-overbruggingsrecht “2020” - ontdek in de conclusie aan het einde van dit artikel de bepalingen die momenteel gelden

Zelfstandigen die gedwongen zijn om hun activiteiten stop te zetten, komen in aanmerking voor een vervangingsinkomen in het kader van het overbruggingsrecht. Ook dit dienen zij via hun sociale verzekeringsfonds aan te vragen. Onder bepaalde voorwaarden geldt deze maatregelen ook als u zelf (of uw kind jonger dan 12 jaar) in quarantaine moest gaan, waardoor u minstens 7 opeenvolgende dagen niet kon werken. 

“Dubbel” overbruggingsrecht: door de beslissingen van 16 oktober 2020 worden de compenserende vergoedingen in verband met het crisis-overbruggingsrecht verdubbeld voor zelfstandigen die verplicht zijn om hun activiteiten stil te leggen, met name in de horeca, of van wie de omzet rechtstreeks afhangt van een verplicht gesloten sector. Deze tijdelijke maatregel geldt sinds oktober en hij werd onlangs verlengd tot juni 2021.

Het gaat concreet om de volgende bedragen: 3.228 euro per maand voor personen met gezinslast en 2.854 euro per maand voor alleenstaanden.Ten slotte krijgen ook starters gemakkelijker toegang tot het overbruggingsrecht, aangezien ze nog maar twee maanden bijdragen moeten hebben betaald om ervan gebruik te maken (in plaats van 4 maanden).

Denk er ook aan dat u sinds kort (februari 2021) deze bedragen kunt cumuleren met een vervangingsinkomen, tot aan het maximum van het dubbel overbruggingsrecht. Of anders gezegd: als uw vervangingsinkomen lager ligt dan de hierboven vermelde maandbedragen, dan zal het dubbel overbruggingsrecht het verschil bijpassen (uiteraard op voorwaarde dat u in aanmerking komt voor deze steunmaatregel).

  • Relance-overbruggingsrecht "2020"

Er is ook voorzien in een relance-overbruggingsrecht ter ondersteuning van bepaalde sectoren die zwaar getroffen zijn door het coronavirus (en moesten sluiten). Het betreft onder andere de horeca, de detailhandel en de markten. De overheid wil financiële steun geven aan zelfstandigen van wie de omzet met minstens 10% is gedaald in het vorige kwartaal (in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019). Op die manier wil ze hen helpen om hun activiteiten weer op te starten door hen het gewaarborgd minimuminkomen te verschaffen. Het gaat om een maandbedrag van 1.291 euro (1.614 euro voor zelfstandigen met gezinslast).

Dit steunmechanisme liep normaal af op 31 oktober, maar werd wegens de omstandigheden ook verlengd. U kunt dit relance-overbruggingsrecht nog tot 30 juni 2021 aan uw sociaal verzekeringsfonds aanvragen voor de maanden oktober, november en december.

Let op: sinds begin dit jaar is er een nieuwe versie van het overbruggingsrecht van kracht.

  • De 2 pijlers van het "nieuwe" overbruggingsrecht (2021)

Zoals gepland in het sociaal-economische plan van november is een nieuwe versie van het overbruggingsrecht ingevoerd. Hoewel bepaalde details nog moeten worden ingevuld, is de doelstelling duidelijk: de maatregel, waar in 2020 vaak een beroep op is gedaan, verbeteren door hem beter te laten aansluiten bij de realiteit. Geen enkele zelfstandige die door de crisis is getroffen mag worden uitgesloten.

Dit nieuwe overbruggingsrecht steunt op twee pijlers:

  • Pijler 1: volledige stopzetting. Dit is een tijdelijke crisismaatregel voor zelfstandigen, inclusief starters, die hun activiteiten volledig moesten stopzetten, omdat de gezondheidsmaatregelen van de overheid hen daartoe verplichtten.Opgelet: de sluiting moet compleet zijn (minstens 15 kalenderdagen), dus zonder thuislevering of afhaling aan de winkel. Als u minder dagen gesloten bent, wordt de vergoeding gehalveerd.

De steun wordt “automatisch” verleend, dus zonder dat de zelfstandige vooraf sociale bijdragen moet hebben betaald. De aangekondigde uitkeringen zijn maandelijks 1.291 euro voor alleenstaanden en 1.614 euro voor zelfstandigen met gezinslast. In tegenstelling tot het crisis-overbruggingsrecht van 2020 worden de bedragen niet meer verdubbeld.

Deze maatregel is op 1 februari 2021 ingegaan.

  • Pijler 2: vermindering van activiteiten. Met dit deel van het overbruggingsrecht wil de overheid een groter aantal zelfstandigen steunen die door de crisis worden getroffen. Ze mikt op alle zelfstandigen, ongeacht de sector, die hun omzet aanzienlijk zagen dalen.

Om er een beroep op te doen, dient u drie voorwaarden te vervullen:

  • Aantonen dat uw omzet tijdens de vorige kalendermaand met 40% of meer is gedaald in vergelijking met dezelfde maand van 2019;
  • Uw voorlopige sociale bijdragen hebben betaald voor minstens 4 kwartalen in de loop van de 4 jaar die voorafgaan aan uw aanvraag. Er geldt een uitzondering voor starters (die maximaal 3 jaar actief zijn): zij moeten maar voor 2 kwartalen bijdragen hebben betaald;
  • Tijdens de betrokken maand geen steun hebben ontvangen die van toepassing is in de eerste pijler van het nieuwe overbruggingsrecht.

Deze pijler is van kracht sinds 1 januari, zodat zelfstandigen die momenteel nog zijn uitgesloten van de bestaande dubbele maatregel (zoals de vrije beroepen) ook een vervangingsinkomen “versie 2021” kunnen genieten.

De vergoeding bedraagt 1.291 euro per maand voor alleenstaanden en 1.614 euro voor mensen met gezinslast.

Let op: in tegenstelling tot het relance-overbruggingsrecht “2020” zal deze maatregel per maand kunnen worden aangevraagd (en dus niet per kwartaal), maar als voorwaarde geldt een grotere daling van de activiteiten (met 40% in plaats van 10%).

De wettekst voorziet bovendien in een proportionele financiële compensatie voor zelfstandigen die hun activiteiten volledig moesten stopzetten voor een korte periode. De vergoeding is afhankelijk van de duur van de stopzetting en geldt in deze gevallen:

  • bij quarantaine of isolatie gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen en op voorwaarde dat u over een attest van uw sociaal verzekeringsfonds beschikt. Let op voor de uitzonderingen: terugkeer uit een rode zone, telewerken is mogelijk, arbeidsongeschiktheid;
  • voor de opvang van een kind jonger dan 18 jaar of een gehandicapt kind ten laste, ongeacht de leeftijd, omdat het kind wegens sluiting door het coronavirus niet naar een crèche, school of opvangcentrum kan gaan. De onderbreking moet eveneens minstens 7 dagen duren.

 

Conclusie: tot eind juni 2021 zijn drie formules van kracht.

  • Het dubbele stelsel van het crisis-overbruggingsrecht “2020” voor de “gesloten” sectoren en de sectoren die ervan afhangen, blijft geldig tot 30 juni 2021.
    • Let op: het moet om een totale onderbreking van alle activiteiten gaan. Behoort uw winkel tot een “niet-essentiële” sector en moest u sluiten? En geeft u uw klanten de kans om een afspraak te boeken (toegelaten door de maatregelen van 24 maart)? Dan hebt u waarschijnlijk geen recht op een verdubbeling van het overbruggingsrecht (in tegenstelling tot wat de minister aanvankelijk had aangekondigd). Twijfelt u? Neem dan contact op met uw sociaal verzekeringsfonds;
  • Sinds 1 januari 2021 is de 2e pijler van het nieuwe overbruggingsrecht toegankelijk voor alle bedrijven waarvan de omzet aanzienlijk is gedaald wegens de coronacrisis;
  • Sinds 1 februari 2021 is de 1e pijler van het nieuwe overbruggingsrecht in werking getreden voor zelfstandigen die verplicht waren om hun activiteiten volledig stop te zetten.

Vergeet niet dat u alle aanvragen uiterlijk vóór het einde van het 2de kwartaal na het kwartaal met de betrokken maand moet indienen bij uw sociaal verzekeringsfonds.

Hoe kunnen we u helpen?