Steunmaatregelen voor bedrijven in tijden van COVID-19

Update 10/01/21

Hoe kunnen Belgische bedrijven en zelfstandigen zich wapenen tegen de gevolgen van het coronavirus voor hun activiteiten?

De regels en de lockdown om ons te beschermen tegen de covid-19-epidemie hebben nog altijd grote gevolgen voor de Belgische bedrijven en zelfstandigen. Op welke overheidssteun mogen zij momenteel rekenen?

De jaarwisseling heeft weinig verandering gebracht: ook in 2021 heeft het coronavirus een enorme impact op onze gezondheid en veiligheid. De epidemie ontwikkelt zich in golven en blijft wegen op de economische spelers van ons land, met de zelfstandigen en KMO’s als grootste slachtoffers. De gevolgen van de crisis laten zich nog steeds voelen en de regeringen in ons land zien zich verplicht om de steunmaatregelen voor de bedrijven te verlengen.

Dit bijgewerkte artikel zet de voornaamste federale steunmaatregelen op een rijtje en vertelt u bij welke instanties u kunt aankloppen.

Voorgeschiedenis sinds het begin van de coronacrisis

In maart bepaalde de Nationale Veiligheidsraad (NVR) dat bars, cafés en restaurants moesten sluiten en dat “niet-essentiële” winkels slechts beperkt open mochten blijven. Deze maatregelen hadden een grote impact op de omzet van veel Belgische bedrijven en zelfstandigen.Daarna volgde een geleidelijk proces van opeenvolgende versoepelingen. De zelfstandigen en bedrijven kregen hierdoor weer wat ademruimte.

In de zomer besliste de NVR om niet over te schakelen op fase 5 van de versoepelingen. Er kwamen integendeel maatregelen om de verspreiding van het virus in te dijken. De horeca moet sindsdien bijvoorbeeld het e-mailadres en telefoonnummer van alle gasten noteren. Maar ondanks deze inspanningen kwam de heropleving niet echt op gang, terwijl er over de gezondheidssituatie grote onzekerheid bleef heersen.

Dat we deze moeilijke periode nog lang niet achter ons hebben gelaten, blijkt uit de nieuwe, strengere maatregelen die het Overlegcomité op 16 oktober 2020 heeft genomen. Vooral de horeca betaalt een zware tol door de sluiting van alle horecazaken van 19 oktober tot 15 november. Twee weken later werd een nieuwe verstrenging doorgevoerd: België voerde een nieuw soort lockdown in, waarbij alle “niet-essentiële winkels” vanaf 2 november 2020 moesten sluiten, in eerste instantie voor een periode van zes weken.

De formule is iets “soepeler” is dan in maart, aangezien de winkels de goederen wel thuis mogen leveren of hun klanten mogen toestaan om ze aan de winkel op te halen. Toch brengt deze nieuwe lockdown opnieuw een zware slag toe aan het Belgische economische weefsel. Talrijke sectoren waren reeds zwaar getroffen sinds maart of lagen zelfs volledig stil en veel Belgische zelfstandigen en KMO’s hebben moeite om het hoofd boven water te houden.

In november is het Overlegcomité opnieuw bijeengekomen met eerste minister Alexander De Croo als voorzitter. Het comité evalueerde de evolutie van de epidemie en kondigde nieuwe maatregelen aan. Belangrijkste nieuwigheid: zowel de niet-essentiële winkels als de musea en zwembaden mochten vanaf 1 december onder strikte voorwaarden weer opengaan. Maar alle horecazaken, de evenementensector en de contactberoepen moeten de deuren tot minstens 15 januari 2021 op slot houden.

Tegen deze achtergrond staan de zelfstandigen en bedrijfsleiders die bij ons klant zijn voor grotere uitdagingen dan ooit. Zij rekenen op onze steun. Beobank is vastbesloten om zijn belofte van advies en nabijheid voor zijn klanten ook nu na te komen. Wij begeleiden onze professionele klanten die nog steeds zwaar getroffen worden door de covidmaatregelen en die voor het weer aanzwengelen van hun activiteiten onze steun meer ooit nodig hebben.

De federale regering neemt voortdurend nieuwe maatregelen om de ondernemers te helpen het hoofd boven water te houden. Niet alleen worden sommige maatregelen die tijdens de eerste lockdown werden genomen nu verlengd, maar de federale regering keurde ook een grootschalig sociaal-economisch plan goed, met een bijzonder enveloppe van 500 miljoen euro.

Ook de drie Gewesten hebben hard gewerkt om hun bedrijven te ondersteunen met een aantal maatregelen. Raadpleeg zeker onze artikels met meer informatie over de specifieke ondersteuning:

Dit artikel zal worden bijgewerkt wanneer de situatie evolueert.

OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE FEDERALE MAATREGELEN SINDS HET BEGIN VAN DE COVID-19-PANDEMIE

1. BETALINGSFACILITEITEN

Bedrijven die wegens het coronavirus betalingsmoeilijkheden ondervinden, kunnen onder bepaalde voorwaarden spreiding van betaling aanvragen voor:

  • de btw,

  • de bedrijfsvoorheffing,

  • de belastingen.

Faciliteiten die geldig zijn tot 31 maart 2021. Om hiervan gebruik te kunnen maken vult u één enkel formulier in zodra u uw aanslagbiljet of betalingsverzoek ontvangt. Stuur dat formulier dan terug via e-mail of de post. U vindt meer informatie hierover in dit artikel.

De RSZ biedt ook een minnelijk afbetalingsplan met een maximale duur van 24 maanden aan voor de betaling van alle bijdragen en bedragen die voor 2020 verschuldigd zijn.

In aansluiting op de maatregelen van oktober werd er bovendien een stelsel voor de compensatie van de sociale RSZ-werkgeversbijdragen ingevoerd voor alle werkgevers die verplicht werden om te sluiten. Dit bedrag stemt overeen met de netto basiswerkgeversbijdragen en met de solidariteitsbijdrage van de werkgevers voor studenten in het derde kwartaal van 2020. De betrokken werkgevers hoeven niets te doen, aangezien de RSZ de premies zal berekenen en rechtstreeks op de rekening van de onderneming storten. Raadpleeg rechtstreeks de RSZ-website om te weten of u in aanmerking komt voor deze maatregel.

In december werd deze compensatiemaatregel uitgebreid tot de rechtstreekse leveranciers van de werkgevers die moeten sluiten. Hierdoor is de premie ook toegankelijk voor werkgevers die kunnen bewijzen dat normaal minstens 20% van hun omzet afkomstig is van bedrijven die sinds de herfst gesloten zijn. Bovendien moeten de werkgevers ook kunnen aantonen dat hun activiteiten of loonmassa (en in sommige gevallen hun btw-aangifte) in de loop van het 2e of 4e kwartaal van 2020 minstens 65% lager liggen dan in 2019 (of in vergelijking met het vorige kwartaal van 2020). Bent u in dit geval? Dien dan uw aanvraag tijdig in: vóór 15 januari 2021 (voor het 2e kwartaal) of vóór 15 februari 2021 (voor het 4e kwartaal). Ga naar de RSZ-website voor gedetailleerde informatie over voorwaarden en bedragen.

Naast bepaalde fiscale maatregelen om bedrijven meer ademruimte te geven, zoals de coronareserve, de covid-19-taxshelter of een zekere soepelheid in de nieuwe beperking van de aftrekbaarheid van interesten, konden natuurlijke personen en bedrijven hun aangifte in de vennootschapsbelasting uiterlijk op 30 november 2020 indienen.

2. MORATORIUM EN GARANTIEREGELING

In overleg met de Nationale Bank en de banksector heeft de federale overheid een garantieregeling ingevoerd voor in totaal 50 miljard euro. Het stelsel geldt voor alle nieuwe kredieten en kredietlijnen met een maximale looptijd van 12 maanden die banken tot 30 september 2020 verstrekken aan levensvatbare niet-financiële bedrijven, zelfstandigen en organisaties zonder winstoogmerk. Het stelsel is met terugwerkende kracht van toepassing sinds 1 april 2020. Het sociaal-economisch plan van november 2020 voorziet in de verlenging van dit stelsel tot (minstens) 30 juni 2021.

Bovendien is met de financiële sector afgesproken dat het huidige moratorium voor bedrijfskredieten verlengd wordt tot het einde van het jaar.

De regering heeft ook een moratorium op de faillissementen ingevoerd, tot 31 januari 2021. Ze heeft beloofd een nieuwe, eenvoudigere, snellere en efficiëntere procedure gerechtelijke reorganisatie uit te werken, steeds met de bedoeling om de continuïteit van bedrijven in moeilijkheden te verzekeren.

3. CORONAWERKLOOSHEID

Wegens de nieuwe “lockdown” vanaf midden oktober kunnen bedrijven opnieuw een beroep doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht - covid-19. Deze maatregel geldt zowel voor arbeiders als bedienden. Belangrijkste voorwaarde: de link met de epidemie moet duidelijk aangetoond worden. Oorspronkelijk werd deze maatregel verlengd tot eind 2020, maar uitsluitend voor bedrijven die voorkomen in de lijst van de “bijzonder zwaar getroffen” sectoren die door de FOD Werkgelegenheid wordt gepubliceerd. Bovendien geldt hij voor bedrijven die minstens 20% tijdelijke werkloosheid hadden in het tweede kwartaal van 2020.

Wegens de nieuwe lockdownmaatregelen werd deze versoepelde “coronawerkloosheid” opnieuw uitgebreid tot alle bedrijven voor de periode van 1 oktober 2020 tot 31 maart 2021. Komen eveneens in aanmerking voor “covid-19-werkloosheid”: werknemers die in quarantaine moeten gaan of die hun kinderen moeten opvangen omdat de school gesloten is. Voor deze categorieën geldt dus geen speciale procedure meer.

Bovendien kunnen de werkgevers die ondertussen op een ander werkloosheidsstelsel waren overgestapt, terugkeren naar de coronawerkloosheid. Het volstaat steeds dat de werkgever de uren van tijdelijke werkloosheid in de loop van de betrokken maand elektronisch aangeeft.

Meer informatie over tijdelijke werkloosheid wegens overmacht-covid 19 vindt u op onze website of op de RVA-website.

  • Vakantiegeld voor tijdelijk werklozen

In overleg met de sociale partners is de staat de verbintenis aangegaan om de financiering van het vakantiegeld voor tijdelijk werklozen gedeeltelijk op zijn schouders te nemen. Bovendien wordt er wel degelijk rekening gehouden met de dagen van tijdelijke werkloosheid (die worden gelijkgesteld met gewerkte dagen) bij de berekening van het vakantiegeld.

4. ANDERE MAATREGELEN VOOR DE BEDRIJVEN

  • Uitstel van de vennootschapsbijdrage

De jaarlijkse vennootschapsbijdrage, die 347,50 euro of 868 euro bedraagt, werd uitgesteld tot eind 2020 en moest dus niet in juni van vorig jaar betaald worden, zoals gebruikelijk. Deze extra adempauze eindigde op 31 december 2020. Ondertussen heeft uw vennootschap dus deze bijdrage moeten betalen.

  • Telewerken is opnieuw verplicht

Tijdens deze nieuwe lockdown is telewerken opnieuw een verplichting, voor zover het de continuïteit van de activiteiten en de essentiële functies niet in de weg staat. Er gelden nog steeds talrijke fiscale voordelen. Zo is de onkostenvergoeding die de werkgever uitbetaalt aan thuiswerkers onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van belastingen. Samen met de Dienst Voorafgaande Beslissingen werd een zogeheten “fast track-procedure” opgezet om deze vergoedingen voor thuiswerk sneller uit te keren. Ga voor meer informatie naar de RSZ-website.

Hou er rekening mee dat er vanaf januari 2021 onaangekondigde controles komen in dienstverlenende bedrijven. De controles hebben tot doel om na te gaan of de preventieve maatregelen in verband met covid-19, zoals telewerken, worden nageleefd. Na een eerste waarschuwingsfase zullen de controlediensten steeds strenger optreden. Met deze checklist kunt u zelf nagaan of u in orde bent.

  • Hogere percentages van de voordelen van voorafbetalingen

De percentages van de derde en vierde voorafbetaling van dit jaar, die respectievelijk op 10 oktober en 20 december moesten verricht zijn, werden verhoogd. Door deze steunmaatregel was het minder nadelig om voorafbetalingen uit te stellen tot later in het jaar.

Maar deze maatregel, die niet langer geldt, was niet van toepassing op bedrijven die eigen aandelen inkopen, een kapitaalvermindering doorvoeren of dividenden betalen of toekennen. Over de voorafbetalingen in 2021 is nog niets bekend.

Fiscaal voordeel om investeringen te stimuleren

Financieel zijn dit moeilijke tijden. Bedrijven zijn dan al snel geneigd om hun investeringen uit te stellen of terug te schroeven. Maar daardoor begint de economische motor nog trager te draaien. Daarom heeft de federale regering een maatregel (her)ingevoerd om deze “investeringskrimp” tegen te gaan: een verhoging van de investeringsaftrek. Dit fiscaal voordeel stijgt van 8% naar 25% voor “aankopen” die plaatsvinden tussen 12 maart 2020 en het einde van 2020.

Voor zelfstandigen en KMO’s betekent dit een fiscale lastenvermindering tijdens het lopende jaar. Wat betekent de maatregel concreet? Een investering van 10 000 euro vóór 31 december verlaagt de belastbare grondslag met 2 500 euro (bovenop de afschrijvingen). Het moet gaan om investeringen in materiële en immateriële vaste activa die tijdens de periode in nieuwe staat werden verkregen en uitsluitend dienen voor de beroepsactiviteiten in België. Een andere voorwaarde bepaalt dat de activa afschrijfbaar moeten zijn over een periode van minimaal drie jaar.

Ter herinnering: de investeringsaftrek was in het boekjaar 2019 al eens tijdelijk opgetrokken tot 20%, terwijl die normaal 8% bedraagt. De reden was toen dezelfde: de investeringen stimuleren. Veel bedrijven hebben toen zeker van die maatregel gebruik gemaakt wegens het fiscale voordeel. Maar niemand kon toen vermoeden dat 2020 zo chaotisch zou worden. Daarom geldt nu de regel dat bedrijven die onvoldoende winst maken in 2020 om van de maatregel te genieten, de verhoogde investeringsaftrek naar hun volgende boekjaar (2021) mogen overdragen.

Meer informatie hierover vindt u op onze website.

  • Overheidsopdrachten: geen sanctie bij vertraging

Ook ondernemingen die moeilijkheden ondervinden bij de uitvoering van federale overheidsopdrachten of hierbij vertraging oplopen, kunnen op een zekere soepelheid rekenen, waardoor ze geen risico lopen op boetes of sancties.

  • Fiscale vrijstelling van de toegekende steun

De steun die wordt verleend door de steden, gemeenten en gewesten is vrijgesteld van belastingen, zodat de uitgekeerde bedragen volledig ten goede komen van de bedrijven.

  • Werkbonus

De maatregel die bepaalt dat KMO’s geen sociale bijdragen betalen voor de eerste werknemer die ze aanwerven, wordt voor onbepaalde tijd verlengd.

  • Eindejaarspremies

Bovendien zal de RVA een supplement bij de eindejaarspremie financieren voor werknemers die in 2020 langer dan 52 dagen tijdelijk werkloos waren. Het zou gaan om 10 euro per extra dag tijdelijke werkloosheid, met een minimum van 150 euro.

  • Specifieke steun voor de horeca

 Btw naar 6%

De zeer zwaar getroffen horeca mocht de aangerekende btw tijdelijk van 12% naar 6% verlagen tot het einde van vorig jaar.

FAVV

De bedrijven in deze sector waren in 2020 niet verplicht om de jaarlijkse FAVV-bijdrage te betalen.

Eindejaarspremies

De regering garandeert dat de eindejaarspremie in de horeca voor 100% wordt uitbetaald (door het Waarborg- en Sociaal Fonds van de Horeca te subsidiërn met 167 000 000 euro). Ook werknemers die werden getroffen door tijdelijke of economische werkloosheid tijdens de covid-19-crisis komen in aanmerking.

5. SPECIFIEKE MAATREGELEN VOOR ZELFSTANDIGEN

  • Sociale bijdragen: verlaging, uitstel van betaling of kwijtschelding

Ook de zelfstandigen in ons land konden met onmiddellijke ingang een beroep doen op steunmaatregelen als zij gebukt gingen onder de gevolgen van het coronavirus. Zoals aan het begin van de gezondheidscrisis kunt u vragen om de voorlopige bijdragen voor het jaar 2020 te verlagen, met een jaar uit te stellen of kwijt te schelden. U dient hiervoor contact op te nemen met uw sociaal verzekeringsfonds.

Het uitstel met een jaar leidde niet tot verhogingen en had geen invloed op de prestaties. Het was geldig voor de vier kwartalen van 2020 en voor de regularisaties van de vorige jaren. Vergeet echter niet dat u deze bijdragen in 2021 zult moeten betalen op de vervaldatums en bovenop de normale bijdragen van dat jaar. Bovendien maakt het uitstel het onmogelijk om de belastinggrondslag te verminderen met de gestorte bedragen.

Verder is het vermeldenswaard dat de aanvragen vóór 15 december moesten zijn ingediend om uitstel van betaling te genieten voor het vierde kwartaal van 2020.

Als uw beroepsinkomsten fors zijn gedaald, kon u ook overwegen om uw voorlopige sociale bijdragen van 2020 te laten verminderen.

Bovendien hebt u ook de mogelijkheid om kwijtschelding aan te vragen wegens tijdelijke economische of financiële moeilijkheden door de covid-19-crisis. U beschikt telkens over 12 maanden na het einde van het betrokken kwartaal om uw aanvraag in te dienen.

Momenteel is er nog geen informatie beschikbaar over de sociale bijdragen van 2021. Hou ondertussen wel rekening met de vervaldatums van het uitstel van vorig jaar. Zelfstandigen die uitstel hebben gekregen voor de betaling van hun sociale bijdragen kunnen tot eind 2021 ook gebruik maken van een plan voor gespreide betaling, terwijl ze toch al hun rechten op gezondheidszorg behouden. Op die manier wil men vermijden dat ze hun bijdragen “twee keer” zouden moeten betalen in 2021.

  • Crisis-overbruggingsrecht

Zelfstandigen die gedwongen zijn om hun activiteiten stop te zetten, komen in aanmerking voor een vervangingsinkomen in het kader van het overbruggingsrecht. Ook dit dienen zij via hun sociale verzekeringsfonds aan te vragen. Onder bepaalde voorwaarden geldt deze maatregelen ook als u zelf (of uw kind jonger dan 12 jaar) in quarantaine moest gaan, waardoor u minstens 7 opeenvolgende dagen niet kon werken. Het overbruggingsrecht werd verlengd tot januari 2021.

Door de beslissingen van 16 oktober worden de compenserende vergoedingen in verband met het crisis-overbruggingsrecht verdubbeld voor zelfstandigen die verplicht zijn om hun activiteiten stil te leggen, met name in de horeca, of van wie de omzet rechtstreeks afhangt van een verplicht gesloten sector. Het gaat concreet om de volgende bedragen: 3 228 euro per maand voor personen met gezinslast en 2 854 euro per maand voor alleenstaanden.

Ten slotte krijgen ook starters gemakkelijker toegang tot het overbruggingsrecht, aangezien ze nog maar twee maanden bijdragen moeten hebben betaald om ervan gebruik te maken (in plaats van 4 maanden).

  • Relance-overbruggingsrecht

Er is ook voorzien in een relance-overbruggingsrecht ter ondersteuning van bepaalde sectoren die zwaar getroffen zijn door het coronavirus (en moesten sluiten). Het betreft onder andere de horeca, de detailhandel en de markten. De overheid wil financiële steun geven aan zelfstandigen van wie de omzet met minstens 10% is gedaald in het vorige kwartaal (in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019). Op die manier wil ze hen helpen om hun activiteiten weer op te starten door hen het gewaarborgd minimuminkomen te verschaffen. Het gaat om een maandbedrag van 1 291 euro (1 614 euro voor zelfstandigen met gezinslast).

Dit steunmechanisme liep normaal af op 31 oktober, maar wegens de omstandigheden is het verlengd tot 31 januari 2021. Voor juni 2020 kunt u dit relance-overbruggingsrecht aan uw sociaal verzekeringsfonds aanvragen tot eind dit jaar. Voor de maanden juli, augustus en september 2020 is de uiterste aanvraagdatum 31 maart 2021 en voor oktober, november en december is dat 30 juni 2021.

Sinds het begin van dit jaar is er een nieuw versie van het overbruggingsrecht van kracht, een combinatie van het crisis- en relance-overbruggingsrecht.

  • Nieuw in 2021: een “nieuw” overbruggingsrecht met twee pijlers

Het sociaal-economische plan van november voorziet in een nieuwe versie van het overbruggingsrecht. De wetgever moet weliswaar nog één en ander afwerken, maar de grote lijnen zijn al bekend. De doelstelling van de nieuwe versie is duidelijk: de maatregel nog beter laten aansluiten bij de realiteit en geen enkele zelfstandige die door de crisis getroffen is uitsluiten.

Het nieuwe overbruggingsrecht steunt op twee pijlers:

  • Pijler 1: volledige stopzetting. Dit is een tijdelijke crisismaatregel voor zelfstandigen, inclusief starters, die hun activiteiten volledig moesten stopzetten, omdat de gezondheidsmaatregelen van de overheid hen daartoe verplichtten.

Zij hebben “automatisch” recht op steun en hoeven dus niet vooraf sociale bijdragen te hebben betaald. Het wetsontwerp voorziet in een maandelijkse uitkering van 1 291 euro voor alleenstaanden en 1 614,10 euro voor zelfstandigen met gezinslast.

De maatregel zou gelden vanaf 1 februari 2021.

Opgelet: het moet om een volledige sluiting gaan, dus zonder afhaaldienst of thuislevering.

Opmerkelijk is ook dat bij het overbruggingsrecht van 2021 de bedragen niet langer worden verdubbeld, zoals dit momenteel wel het geval is.

  • Pijler 2: vermindering van activiteiten. Met dit deel van het overbruggingsrecht wil de overheid een groter aantal zelfstandigen steunen die door de crisis worden getroffen. Ze mikt op alle zelfstandigen, ongeacht de sector, die hun omzet aanzienlijk zagen dalen.

Om er een beroep op te doen, dient u drie voorwaarden te vervullen:

  • Aantonen dat uw omzet tijdens de vorige kalendermaand met 40% of meer is gedaald in vergelijking met dezelfde maand van 2019;
  • Uw voorlopige sociale bijdragen hebben betaald voor minstens 4 kwartalen in de loop van de 4 jaar die voorafgaan aan uw aanvraag. Er geldt een uitzondering voor starters (die maximaal 3 jaar actief zijn): zij moeten maar voor 2 kwartalen bijdragen hebben betaald;
  • Tijdens de betrokken maand geen steun hebben ontvangen die van toepassing is in de eerste pijler van het nieuwe overbruggingsrecht.

Deze pijler is al van kracht sinds 1 januari, zodat zelfstandigen die momenteel nog zijn uitgesloten van de bestaande dubbele maatregel (zoals de vrije beroepen) ook een vervangingsinkomen “versie 2021” kunnen genieten.

De uitgekeerde bedragen zouden identiek zijn aan wat de begunstigden van de eerste pijler ontvangen: 1 291 euro per maand voor alleenstaanden en 1 614,10 euro voor mensen met gezinslast.

Let op: in tegenstelling tot het huidige relance-overbruggingsrecht zal deze maatregel per maand kunnen worden aangevraagd (en dus niet per kwartaal), maar als voorwaarde geldt een grotere daling van de activiteiten (met 40% in plaats van 10%).

De tekst voorziet bovendien in een proportionele financiële compensatie voor zelfstandigen die hun activiteiten volledig moesten stopzetten. Deze maatregel geldt in de volgende gevallen:

  • bij quarantaine. U dient uw sociaal verzekeringsfonds een attest te bezorgen;
  • voor de opvang van een kind jonger dan 18 jaar of een gehandicapt kind ten laste, ongeacht de leeftijd, omdat het kind wegens sluiting door het coronavirus niet naar een crèche, school of opvangcentrum kan gaan. De onderbreking moet minstens 7 dagen duren.
  • Le texte français dit “30 juin 2020”

We nodigen u uit om indien nodig contact op te nemen met uw vertrouwde PRO-adviseur. Hij of zij zal samen met u uw situatie analyseren en de maatregelen bespreken die u zouden kunnen helpen om deze moeilijke periode zo goed mogelijk door te komen.

 

Hoe kunnen we u helpen?