De nieuwe fiscale barema’s

De nieuwe fiscale barema’s

De nieuwe fiscale barema’s

Pensioensparen

Als u elk jaar aan pensioensparen doet, dan levert het bedrag dat u stort een belastingvoordeel op. Voor het aanslagjaar 2015 daalt het maximumbedrag dat recht geeft op een belastingkorting van 950 naar 940 euro en dat bedrag blijft onveranderd tot het aanslagjaar 2018. Had u in 2014 toch 950 euro gestort? De 10 euro die u te veel hebt betaald, wordt dan beschouwd als een voorschot op uw pensioensparen in 2015. De belastingkorting bedraagt 30% van het gestorte bedrag, dus maximaal 282 euro per belastingbetaler.

 

Hypotheeklening (woonbonus)

Het bedrag dat u van uw belastingen mag aftrekken voor uw eigen en enige woning, hangt samen met de hypotheeklening (kapitaal en interesten) die u hebt afgesloten om uw woning te kopen. Dit is de woonbonus, een vast bedrag dat niet afhankelijk is van uw inkomsten of van het geleende bedrag. Sinds 1 januari 2015 is de woonbonus in elk gewest verschillend.

In Brussel en Wallonië bedraagt het nieuwe plafond € 2.290 per jaar en per belastingbetaler (in plaats van € 2.280 voor leningen die vóór 31 december 2014 werden afgesloten) + € 760 gedurende de eerste 10 jaren.

In Vlaanderen bedraagt het basisbedrag nog slechts € 1.520 (in plaats van € 2.280 voor leningen afgesloten vóór 2015) + € 760 gedurende 10 jaar.

Voor personen met minstens drie kinderen ten laste verhoogt het bedrag overal jaarlijks met 80 euro gedurende de eerste 10 jaren van de lening.

 

Langetermijnsparen

De maximumpremie voor langetermijnsparen dat gekoppeld is aan uw pensioen- en overlijdensverzekeringen wordt berekend op basis van uw netto belastbare beroepsinkomsten. Voor het inkomstenjaar 2015 (aanslagjaar 2016) bedraagt de premie 169,20 euro + 6% van de netto belastbare beroepsinkomsten, maar met een plafond van 2 260 euro. Voor de berekening van de beschikbare fiscale marge wordt ook rekening gehouden met eventuele fiscale voordelen die te maken hebben met de terugbetaling van een hypotheeklening.

 

Individuele pensioentoezegging

Het plafond van de werkgeversbijdrage voor een individuele pensioentoezegging (IPT) ten gunste van een loontrekkende werknemer bedraagt 2 330 euro voor het inkomstenjaar 2015. Voor de bijdragen die de werknemer zelf betaalt, geldt de 80%-regel (van de jaarlijkse netto belastbare inkomsten). Het fiscaal voordeel bedraagt 30% van de gestorte premie.

 

Vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) 

De maximumpremie bedraagt 8,17% van de geherwaardeerde netto belastbare beroepsinkomsten van 3 jaar eerder, met als absoluut maximumbedrag 3 027,09 euro (plafond 2015). Aangezien de premies aftrekbaar zijn als beroepslasten, worden de fiscale voordelen tegen de marginale aanslagvoet berekend. Bovendien wordt het premiebedrag afgetrokken van de berekeningsbasis van uw sociale bijdragen, zodat u minder sociale bijdragen hoeft te betalen.

 

Gereglementeerde spaarrekeningen

Het maximumbedrag voor fiscale vrijstelling van interesten op gereglementeerde spaarrekeningen daalt van 1 900 tot 1 880 euro. Hebt u meer dan één spaarrekening? Dan betaalt u belastingen op de interesten als het totaalbedrag ervan 1 880 euro of meer bedraagt.

 

Dienstencheques

Sinds dienstencheques een gewestmaterie zijn, heeft alleen Wallonië het fiscaal voordeel van het gebruik ervan aanzienlijk beperkt. Van de 9 euro die een dienstencheque hem kost, recupereert een Vlaamse of Brusselse belastingbetaler momenteel 2,7 euro (30%) via zijn belastingaangifte. In Wallonië daalt deze belastingvermindering vanaf 2015 met twee derde, dus van 30 naar 10%. De nominale waarde van een dienstencheque bedraagt er nog steeds 9 euro, maar de belastingbetaler recupereert maar 0,9 euro in plaats van 2,7 euro per cheque.

 

Meer info op de website van het ministerie van Financiën