Moet de QE blijven bestaan in Europa en Japan ?

Mount Fuji and the skyscrapers of Shinjuku

Mount Fuji and the skyscrapers of Shinjuku

Japan ten prooi aan een onafgebroken monetisering?

Japan gaat door een complexe crisis. Het land wordt geconfronteerd met een zeer hoge openbare schuld, grotendeels bij institutionele beleggers en binnenlandse banken. De rentevoeten zijn er extreem laag. Japanse investeerders willen hogere rendementen en hebben dus een voorkeur voor obligaties in buitenlandse valuta.

Bovendien hebben de Japanse investeerders enorme posities ingenomen op de beurs. Een massale verkoop zou dus nefast zijn voor de Japanse economie. Daarom wil de BOJ de mogelijkheid behouden de rentevoeten op lange termijn te beheersen. Ze staat dus in een haast onmogelijke situatie.

Indien de BOJ geen staatsobligaties in yen meer aankoopt, zouden de rentevoeten op lange termijn op de nationale munteenheid onmiddellijk weer stijgen en grote kapitaalverliezen veroorzaken voor de institutionele beleggers en de banken. Bovendien hebben de zwakke economische resultaten van het land een diepe put gegraven in de openbare schuld. De Japanse ondernemingen krijgen te maken met een opgewaardeerde yen, terwijl hun economie voor 80% op de export gericht is. Tegelijkertijd heeft het verlies aan koopkracht van de werknemers een negatieve impact op de vraag van de huishoudens en bijgevolg de groei in Japan.

Elders in de wereld: een zwakke groei

Door de zwakke groei op lange termijn voeren de regeringen en de centrale banken een expansief beleid waardoor de inkomens stagneren. In deze context wordt het moeilijk of zelfs onmogelijk om de hoop van steeds meer werknemers op een loonstijging in te lossen.

In de VS wordt deze groei afgeremd door de daling van de olieprijzen die gevolgen heeft voor de hele energiesector. In Europa weegt het vele spaargeld op de binnenlandse vraag en leidt het tot een onderinvestering in zowel de openbare als de privésector. In China hebben de hoge productiekosten, gekoppeld aan een overcapaciteit (en aanzwellende voorraden als gevolg) een nefaste invloed op de rendabiliteit van de ondernemingen, die daarom hun investeringen terugschroeven.

Brengt de stijging van de olieprijzen verandering?

Na een maandenlange daling lijken de olieprijzen weer te gaan stijgen. Dit zal de recente slechte resultaten van de energiesector uitwissen en de FED helpen zijn rentevoeten te verhogen. Desondanks zullen de groei en inflatie in de VS lager blijven dan in de jaren 2005-2008. In deze context zou de normalisatie van de rentevoeten van de FED de rentevoeten op 10 jaar moeten opdrijven naar maximaal 3%, wat nog ver verwijderd is van de 4 tot 5% van voor de crisis. Parallel daarmee zou de stijging van de importkosten voor energie nadelig zijn voor andere ontwikkelde gebieden: China, Europa en Japan.

Welke richting voor de Europese aandelen?

Zal de negatieve tendens die op de Europese aandelenmarkten weegt, aanhouden ondanks de interventie van de ECB? De groei is zeker getemperd, maar in mindere mate dan de rentevoeten op 10 jaar als gevolg van de interventie van de ECB. In deze marktsituatie valt te begrijpen waarom de waarderingen zoals het rendement op aandelen niet sterk zijn verminderd.

Naar alle waarschijnlijkheid zullen de maatregelen van Mario Draghi, de voorzitter van de ECB, de beleggers (banken en institutionele beleggers) er uiteindelijk toe aanzetten hun obligaties aan de ECB te verkopen, terwijl de ECB zich tot nu toe beperkte tot het kopen van obligaties die door de andere centrale banken werden uitgegeven. De grote hoeveelheid cash bij deze beleggers zou opnieuw moeten worden geïnvesteerd: dit is heel duidelijk een positief signaal voor de Europese aandelenmarkten.

 

 

We herinneren u eraan dat beleggingsproducten blootgesteld zijn aan risico’s, met inbegrip van een mogelijk verlies van het belegde kapitaal. Beleggingsproducten zijn geen bankdeposito’s en worden niet gewaarborgd door Beobank NV/SA.