Wat brengt de toekomst voor de groeilanden?

Gaat het goed met de wereldwijde groei? Dan zorgen de groeilanden meestal voor uitzonderlijke rendementen. Maar vandaag is er weinig reden tot juichen. Aandelen- en obligatiefondsen uit de groeilanden kennen immers moeilijke tijden. Bovendien worden de verschillen tussen de groeilanden steeds groter. Moet u eigenlijk nog investeren in de groeilanden? Wij zetten alles even op een rijtje.

 
Drie oorzaken

Er zijn een aantal redenen voor deze moeilijke periode in de groeilanden:

  • er heerst onzekerheid over het verhogen van de rente in de VS.

  • de zwakke wereldwijde groei hindert de consumptie.

  • de koerswijzigingen van deviezen impliceren een activaverschuiving en een delokalisatie van ondernemingen.


Verlies aan vertrouwen en het risico van deviezen

Het effect van de kwantitatieve versoepeling in Japan? De Japanse munt blijft in waarde dalen vergeleken met andere munten. De hoofddoelstelling was immers duidelijk: het verhogen van de export en de competitiviteit versterken. De impact van de kwantitatieve versoepeling laat zich dan ook duidelijk voelen op de Japanse economie:

  • verschillende Chinese bedrijven verlaten Japan (door de verhoogde competitiviteit dalen immers hun winstmarges).

  • een groot aantal Japanse bedrijven keert terug uit China (door de lagere loonkosten en de zwakke Japanse yen wordt Japan voor hen interessanter).


Rusland en Brazilië verliezen aan concurrentiekracht. Investeerders reageren immers wantrouwig op de politieke situatie in Rusland en op de sociale maatregelen in Brazilië. Hoe uit dat wantrouwen zich? Door een kapitaalvlucht van zowel lokale als buitenlandse investeerders.

Een structureel deficit

Bij een zwakke economische groei stijgen de overheidsuitgaven sneller. Het verlies aan competitiviteit kan dus een budgettair deficit veroorzaken. Dit zien we vandaag bijvoorbeeld gebeuren in Brazilië en Turkije. Door de dalende concurrentiekracht:

  • sparen de mensen er minder;

  • nemen de investeringen af (vooral in sectoren, zoals energie, transport, infrastructuur en onderwijs).


De laatste jaren laat de impact van het budgettair deficit zich duidelijk voelen in de waarde van de munt in deze landen.

En wat met de inflatie?

Inflatie in de groeilanden wordt vooral beïnvloed door:

  • het prijspeil van primaire grondstoffen (voedingsmiddelen);

  • consumptie (voedingsmiddelen);

  • loonindexering.


In Brazilië en Turkije wordt de economie beheerst door een stijgende loondruk. Dit heeft een aantal negatieve gevolgen:

  • de winstmarges voor ondernemingen dalen.

  • de concurrentiekracht neemt af.

  • deviezen kunnen in waarde verliezen.


Door de hoge inflatie zitten de centrale banken dus met een dilemma. Voert de bank een restrictief beleid? Dan dalen de lokale en buitenlandse investeringen. Deze situatie zien we nu in Brazilië en Turkije. Doet de bank niets? Dan kan de situatie nog verergeren, zoals in Afrika en Rusland.

En welke invloed heeft de keuze van de centrale banken voor de beheerders van fondsen? Hun taak zou weleens moeilijk kunnen worden. Obligaties reageren immers op renteverschuivingen. Maar ook de impact van deviezen op fondsen valt niet te onderschatten. Vooral nu de dollar nog weinig verschilt van de meeste munten.

Heeft de obligatiemarkt het moeilijk?

De fondsen met lokale deviezen zijn sterk veranderd. Niet per se door het beleid van de centrale banken. Maar wel door de prijsdaling van primaire goederen. Dit had een positieve impact voor de importerende landen, zoals China, Turkije, Indonesië en andere Aziatische landen. En door de lage olieprijs kon de Indonesische regering een deel van hun investeringen verschuiven van energie-import naar infrastructuur. Binnen deze context herinneren onze analisten u aan een aantal zaken:

  • de liquiditeit op de markten is zwak.

  • de zoektocht naar yield duwt investeerders in de richting van kwalitatieve obligaties met een rendement in de ontwikkelde landen.

  • het is nog steeds onduidelijk of de FED de rente nu gaat verhogen of niet. Daarom verkiezen onze analisten obligaties van het type hard currency.


Conclusie

Investeerders blijven dus weg uit de groeilanden door:

  • een structureel deficit;

  • inflatie;

  • een dalende consumptie;

  • een kapitaalvlucht;

  • een zwakke economische situatie (ondanks de kwantitatieve versoepeling).


Volgens onze analisten hangt het zwaard van Damocles boven de centrale banken van de groeilanden. Binnen deze context krijgt Azië de voorkeur. Waarom? Door het groeipotentieel, het lage prijspeil van primaire goederen en de lage loonkosten. Onze analisten blijven kiezen voor waarde-aandelen wat betreft de fondsen van de groeilanden. Daarnaast zijn bepaalde aandelen in Latijns-Amerika en in de opkomende Europese landen aan een inhaalbeweging bezig.

 

Meer weten?

Wilt u graag meer informatie? Neem dan gerust contact op met uw beleggingsadviseur

 

Wij herinneren er u aan dat beleggingsproducten blootgesteld zijn aan risico’s met inbegrip van een mogelijk verlies van het belegde kapitaal. Beleggingsproducten zijn geen bankdeposito’s en worden niet gewaarborgd door Beobank NV|SA.