Wat verandert er fiscaal gezien voor het aanslagjaar 2015?

Wat verandert er fiscaal gezien voor het aanslagjaar 2015?

Wat verandert er fiscaal gezien voor het aanslagjaar 2015?

Eind november werd het ontwerp van de programmawet ter uitvoering van de meest dringende begrotingsmaatregelen van de regering Michel-I ingediend. Ondertussen is het wetsontwerp door de Kamer goedgekeurd. Daardoor verandert er vanaf 2015 het een en het ander op fiscaal gebied. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen.


Gereglementeerde spaarrekeningen

Het maximumbedrag voor de fiscale vrijstelling van interesten op gereglementeerde spaarrekeningen daalt van 1900 euro naar 1880 euro. Hebt u een of meerdere gereglementeerde spaarrekeningen? Dan betaalt u dus belasting op uw interesten wanneer het totaalbedrag van die interesten 1880 euro of meer bedraagt. Dit heeft ook gevolgen voor de toepassing van de roerende voorheffing en de personenbelasting:


  • Roerende voorheffing

  • Kreeg u interesten gestort op het einde van het eerste, tweede of derde kwartaal van 2014? Of hebt u uw spaarrekening afgesloten voor de bekendmaking van de nieuwe wet in het Belgische Staatsblad? Dan wordt de roerende voorheffing niet aangepast als u uitkomt boven het bedrag van 1880 euro. U kunt dit enkel ‘corrigeren’ via de aangifte van uw personenbelasting. Voor interesten die werden gestort in het vierde kwartaal van 2014 en rekeningen die werden afgesloten vanaf de bekendmaking van de wet in het Belgische Staatsblad, wordt de roerende voorheffing berekend op het ‘nieuwe’ plafond van 1880 euro. Voorbeeld: In de eerste drie kwartalen van 2014 kreeg u in totaal 1890 euro aan interesten uitbetaald op een gereglementeerde spaarrekening. Dat is dus 10 euro meer dan het ‘nieuwe’ plafond. Op de eerste schijf van 1880 euro wordt geen roerende voorheffing toegepast. Deze schijf is immers vrijgesteld van belastingen. Omdat u 10 euro boven het maximumbedrag uitkomt, moet u deze 10 euro aangeven als inkomsten bij uw personenbelasting. In het vierde kwartaal kreeg u bijvoorbeeld 250 euro aan interesten uitbetaald. Voor het inkomstenjaar 2014 hebt u in totaal dus 2140 euro aan interesten ontvangen. 1880 euro daarvan is belastingvrij en de 10 euro boven het plafond uit de eerste drie kwartalen geeft u aan bij de personenbelasting. Op de 250 euro uit het vierde kwartaal wordt roerende voorheffing afgehouden op basis van het ‘nieuwe’ plafond van 1880 euro. Omdat de roerende voorheffing ‘bevrijdend’ werkt, hoeft u dit dus niet te vermelden bij de aangifte van uw personenbelasting.

  •  

  • Personenbelasting

  • In 2015 moet u bij de aangifte van uw personenbelasting alle interesten op gereglementeerde spaarrekeningen aangeven vanaf 1880 euro en alle interesten waarop geen roerende voorheffing is toegepast.

  •  

 


Pensioensparen

Wat betreft pensioensparen veranderen er twee dingen:

 


  • Stort u regelmatig een bepaald bedrag in het kader van pensioensparen? Dan weet u dat u een belastingvermindering krijgt op de totale som van de stortingen. Voor het aanslagjaar 2015 daalt het maximumbedrag dat u kunt storten om te genieten van de belastingvermindering van 950 euro naar 940 euro. En dit tot aanslagjaar 2018. Hebt u in 2014 al 950 euro gestort? Dan wordt de 10 euro die u ‘te veel’ betaalde meegerekend als een voorafbetaling voor uw pensioensparen in 2015. U kon deze nieuwe maatregel immers niet voorzien.

       
  • Beurstaks

    Tot slot worden een aantal tarieven van de beurstaks, de zogenaamde taks op beursverrichtingen (TOB), verhoogd:

     


    • De taks op de aankoop en verkoop van individuele aandelen verhoogt van 0,25% naar 0,27% en het plafond stijgt van 740 euro naar 800 euro.


    •  
    • De taks op de verkoop van kapitalisatiefondsen verhoogt van 1% naar 1,32% en het plafond stijgt van 1500 euro naar 2000 euro.


    •  

    Voor de aankoop en verkoop van individuele obligaties blijven de tarieven dezelfde.

     


  • Daarnaast wordt het bedrag van de anticipatieve heffing verlaagd van 10% naar 8%. De anticipatieve heffing is de belasting die u betaalt op uw bijeen gespaarde pensioenkapitaal (het kapitaal dat u ontvangt wanneer u stopt met werken). Dit bedrag wordt ingehouden door de pensioeninstelling, doorgaans op het moment dat u 60 wordt. Door deze daling wil de regering deze vorm van pensioensparen aanmoedigen. De verlaagde heffing zal bovendien vervroegd en gespreid in de tijd ingehouden worden. Zo kan de overheid sneller aanspraak maken op deze inkomsten. Het kapitaal dat u op 31 december 2014 bijeen gespaard hebt wordt belast aan 1% en dit voor de komende 5 jaar. De resterende 3% betaalt u wanneer u 60 bent.


  •