7 weetjes over je eerste belastingaangifte

7 weetjes over je eerste belastingaangifte

7 weetjes over je eerste belastingaangifte

1. De tijd dringt

Vóór je aan je belastingaangifte begint: twee datums.

  • Doe je ’t ouderwets via papier? Dan ben je al te laat (je kon je aangifte tot 30 juni indienen).
  • Doe je ‘t via Tax-on-web? Dan heb je nog tijd tot en met woensdag 13 juli.

2. Tax-on-wablief?

Tax-on-web is de online dienst van het Ministerie van Financiën. Je vult dus je aangifte in via de computer. Die omgeving is streng beveiligd, dus je komt er niet zomaar in:

  • Om je aan te melden heb je een elektronische identiteitskaart en een kaartlezer nodig
  • Het kan ook met een federaal token– maar dat neemt enige tijd in beslag. Dus die optie laat je beter achterwege.
  • Sinds kort kun je zelfs op Tax-on-web met je tablet of smartphone. Dan heb je een draadloze eID-kaartlezer nodig, of je doet het via een veiligheidscode op een mobiele app.

Je kunt Tax-on-web altijd eens uitproberen via Tax Calc. Volledig anoniem en zonder je aan te melden.

3. Was het nu 2015… of 2016?

Je wordt altijd belast op wat je het jaar voordien verdiend hebt. Het aanslagjaar 2016 (zo staat het op je aangifte) gaat dus over je inkomsten van het jaar 2015.

Stel: je had helemaal geen inkomsten in 2015, maar je kreeg wél een belastingbrief. Dan ben je toch verplicht om je aangifte in te dienen.

4. Een goede voorbereiding is het halve werk

Je staat te springen om eraan te beginnen? Denk eraan dat je enkele documenten bij de hand moet hebben. Die kreeg je intussen bezorgd van je werkgever, je bank, de instelling die je steunde,...

  • Je loonfiche
  • Het attest voor pensioensparen en/of langetermijnsparen
  • Het attest van je giften. Giften van € 40 of meer aan een erkende instelling zijn namelijk fiscaal aftrekbaar [1].
  • Het attest van je woonlening en je schuldsaldoverzekering

5. Ook een studentenjob is werk

Stond je vorige zomer boules de berlin te verkopen op het strand van Oostende? Dan heb je daar een inkomen uit verkregen. En elk inkomen moet je aangeven.

Dat betekent trouwens niet dat je erop zal belast worden. Want iedereen heeft recht op een “belastingvrije som”. Anders gezegd: op een deel van je inkomsten hoef je geen belasting te betalen. Voor het aanslagjaar 2016 bedraagt die som € 7.380, als je belastbaar inkomen kleiner is dan € 26.360[2]. AIs je belastbaar inkomen het bedrag van die belastingvrije som niet overschrijdt, wat overeenkomt met een brutobedrag van € 9.458,95 (inkomsten 2015), dan betaal je geen belasting.

6. "Help, ik snap er niks van!"

Kan gebeuren – alle begin is moeilijk. Gelukkig kun je bij de overheid aankloppen voor gratis advies.

  • Op de website van de fiscus vind je al een uitgebreide uitleg.
  • Je kunt de belastingadministratie ook bellen, op het nummer 02 572 57 57, elke werkdag tussen 8 en 17 uur.

7. En als ik mijn aangifte nu eens vergeet?

Je kunt het altijd proberen: géén aangifte indienen. Maar dan doet de overheid het zelf. Fijn, toch? Niet echt. Want dan komt het gegarandeerd kostelijker voor je uit. En de boetes zijn ook niet mals...

[1] Federale Overheidsdienst Financiën

[2] Federale Overheidsdienst Financiën