"Het is normaal dat jonge gasten ontsporen door geld en roem"

Spitsbroers 2 is een productie van De Mensen, in samenwerking met Beobank en anders sponsors.

Spitsbroers 2 is een productie van De Mensen, in samenwerking met Beobank en anders sponsors.

Voetbal mag dan de populairste sport ter wereld zijn, er bestaan weinig geslaagde tv-series over. Maar het verhaal in de VTM-reeks Spitsbroers, gesponsord door Beobank, slaat duidelijk aan. Bedenker Kristof Hoefkens vertelt over de reeks waarin twee broers dromen van een carrière als profspeler.

Hoe is het idee voor de serie ontstaan?

“Dat is al lang geleden. Ik was samen met mijn broer (ex-profvoetballer Carl Hoefkens) aan het bekijken of we iets konden doen met wat er achter de schermen van de voetbalwereld gebeurt. Een boek schrijven? Ik wist nog niet goed wat. Ik werkte toen als mediajournalist en hoorde dat productiehuis De Mensen, dat toen nog geen fictie maakte, op zoek was naar een goed idee. De baas was meteen zeer enthousiast. Oorspronkelijk ging het niet over twee broers, maar dat gegeven maakt het juist heel interessant: een broer (Alan) haalt het niet en de andere wel (Dennis). Hoe zorg je ervoor dat je niet toegeeft aan jaloezie? We wilden zowel een familiedrama maken als een Entourage-achtige serie (een Amerikaanse fictiereeks over een jonge filmster) achter de schermen van het Belgische profvoetbal. Met veel straffe verhalen.”

In hoeverre zijn deze verhalen fictie of realiteit?

“Heel het familiegegeven is fictie. Er is geen enkel personage dat lijkt op iemand van onze familie, maar er zitten wel heel veel knipogen in naar dingen die echt gebeurd zijn. Doorheen de twee seizoenen zullen er wel wat mensen uit het Belgische voetbal dingen en uitspraken herkennen.”

Er zit bijvoorbeeld een scène in waarin een auto door een tankstation rijdt, zoals Jonathan Legear.

“Dat konden we niet laten liggen natuurlijk. We willen illustreren wat roem en geld doet met jonge gasten. Op het veld zijn voetballers helden, maar ze worden ook gezien als dikke nekken met veel geld en chique auto’s. De reeks toont van binnenuit hoe zo’n jonge gast ontspoort en hoe ‘normaal’ dat is wanneer je met zoveel geld en roem naar iemands hoofd gooit.

Als journalist was ik eens op stap met muzikant Guy Swinnen van The Scabs. We zagen toen een jong gastje – de naam doet er niet toe – optreden op Suikerrock in Tienen. Veel jonge meisjes cirkelden errond. Ik vroeg hem of hij dat sterrendom ook gekend heeft. Hij antwoordde: ‘Als je als jonge gast bekend wordt en veel geld verdient dan komt er voor iedereen, hoe normaal je ook bent en hoe hard je gezin ook probeert om je met de voeten op de grond te houden, een moment dat je in je eigen mythe begint te geloven.’

Als je 50.000 euro per maand verdient en er zitten 25.000 mensen in het stadion jouw naam te scanderen, je komt op tv en iedereen wil je kennen dan is ‘meer’ niet langer ‘genoeg’ en ga je steeds verder. Ineens ben je dan diegene die met een auto door een tankstation rijdt.”

Heb je dit ook gezien bij jouw broer en mensen in jouw omgeving?

“Toen hij doorbrak, was mijn broer een heel gewone Belgische jongen van 17 jaar aan de ontbijttafel of voor de tv in de zetel. Maar in de discotheek werd het plots een vedette in de ogen van andere mensen. Dat is een heel raar gegeven om mee om te gaan als gezin. Je ziet veel en je hoort veel straffe verhalen die door voetballers worden doorverteld. Ik heb er veel van gebruikt om de serie wat kleur te geven, wat peper en zout.”

Waarom speelt het verhaal zich af bij Racing Genk?

“Voor mij waren er maar twee opties: AA Gent of Racing Genk. We wilden een ploeg die wel goed presteerde, maar zijn wortels heeft in het volkse. Een sympathieke, volkse familieclub. Als je met Club Brugge samenwerkt, dan gaan Anderlecht-supporters het wel heel goed moeten vinden om te kijken. Dat heb je met Genk niet echt.

Het gebruik van hun infrastructuur was van onschatbare waarde. Het was fantastisch om in zo’n topstadion te kunnen voetballen. Ook de supporters van Genk die uren aan een stuk ’s nachts massaal in het stadion kwamen zitten: onbeschrijflijk. Je voelde dat het heel hard leefde.”

Waarom gebeurden die opnames ’s nachts?

“Elke voetbalscène werd ’s nachts opgenomen. Bepaalde scènes draai je uit verschillende hoeken. Als je dat overdag doet, dan draait de zon en krijg je een heel raar spel van het licht op het veld dat niet klopt. Maar je kunt niet elke avond alles opstellen, iedereen laten komen en maar twee uur draaien. Wij filmden van 22 uur ’s avonds tot 6 uur ’s morgens. Ik kan je garanderen dat dat niet evident is als het koud is en je lang bezig bent. Voor sommige acteurs was het ook letterlijk de eerste keer dat ze een bal geraakt hebben.”

In de reeks verschijnen af en toe ook sponsors in beeld. Zo zie je het personage Ibrahim een kredietkaart van Beobank gebruiken. Hoe hebben jullie de product placements geïntegreerd?

“We hebben dat allemaal heel natuurlijk in de reeks verwerkt, daarin verschillen we wel een beetje van andere reeksen. Voor mensen van Beobank valt dat wellicht op. Anderen zullen dat gezien hebben, zonder het gevoel te hebben dat het geforceerd is. Het is een logische verhaallijn: Dennis die zijn vriend Ibi de kredietkaart van Beobank geeft om de opening van de Versuz te regelen en Ibi die ‘vergeet’ om die terug te geven en iedereen begint te trakteren. Het zijn zulke natuurlijke samenwerkingen die ik als scenarist zoek.

Voor het tweede seizoen was er veel goodwill om ons te helpen. Stijn Helsen was heel enthousiast om mee te spelen in een scène waarin Ibi en Dennis kleren passen. Kinesist Lieven Maesschalck stelde zijn praktijk open voor ons. Autoracers Anthony Kumpen en Bert Longin hielpen ons dan weer met scènes over de 24 uur van Zolder.”

Komt er een derde seizoen?

“Ideeën zijn er wel, maar er ligt vandaag nog niets op tafel. Een derde seizoen van Spitsbroers is sowieso wel een mogelijkheid. Maar het is nog te vroeg om daar zinvolle uitspraken over te doen.”

Heb je na het succes van Spitsbroers nog andere tv-plannen?

“Ik ben nu een nieuwe reeks voor VTM aan het schrijven, die zit in de ontwikkelingsfase. Er zijn nog een paar ideeën die ik wil uitwerken en verschillende productiehuizen zijn geïnteresseerd. Dit is dus niet het laatste wat ik voor televisie gedaan heb. Ik vind het wel een fijne job.”

Maar je hebt ook al een job als journalist bij De Standaard

“De combinatie is niet eenvoudig, maar wel leuk. Het is allebei schrijven, weliswaar op een heel andere manier. Het is fijn om verhalen te bedenken in de fictieve wereld, maar ook om verhalen uit de echte wereld te vinden en zo interessant mogelijk naar de lezer te brengen zodat die iets bijleert. Ik zal nooit echt kunnen kiezen en in een slingerbeweging tussen de twee blijven.”