De belegger, de spaarder en het zomerakkoord

Impact van zomerakkoord

Impact van zomerakkoord

De regering Michel-I heeft sinds 26 juli een akkoord over een vernieuwde fiscaliteit en een reeks sociaaleconomische hervormingen. Wat is er voorzien in het zogenaamde zomerakkoord voor spaarders en beleggers en wat zullen de gevolgen zijn voor uw portefeuille? Een overzicht van enkele belangrijke nieuwigheden.

Taks op effectenrekeningen

De eerste grote nieuwigheid voor beleggers is de taks op effectenrekeningen: vanaf volgend jaar wordt er 0,15% geïnd op de rekening waar uw beursgenoteerde aandelen, obligaties (zowel genoteerde als niet-genoteerde), kasbons, warrants en fondsen staan, als de waarde meer dan €500.000 per persoon bedraagt. Voor gezamenlijke rekeningen, van getrouwde koppels bijvoorbeeld, is dat dus meer dan €1.000.000. Niet-beursgenoteerde aandelen, levensverzekeringen en pensioenspaarfondsen vallen niet onder de taks.

Beurstaks

Ook de beurstaks, die u betaalt als u effecten koopt of verkoopt, is door de regering opgetrokken, van 0,27 naar 0,35% voor aandelen en van 0,09 naar 0,12% voor obligaties. Voor fondsen blijft hij onveranderd (1,32% bij bepaalde transacties). Het maximale plafond per transactie blijft evenwel €1.600 voor aandelen, €1.300 voor obligaties en €4.000 voor fondsen.

Wie slaat moet ook zalven, want tegelijk wordt een eerste schijf van €627 aan dividenden op aandelen vrijgesteld van de 30% roerende voorheffing.. De vrijstelling wordt verrekend via de belastingen, u zult eerst alle roerende voorheffing betalen en het jaar daarna 30% van €627 terugvorderen.

 

De verminderde vrijstelling op spaarrente zal pas echt impact krijgen als de rente opnieuw aantrekt.

Roerende voorheffing uitgebreid        

Vanaf nu wordt ook voor beleggingsfondsen die minder dan 25% van hun activa in obligaties beleggen, roerende voorheffing geheven op de meerwaarde van die obligaties. Tot nu toe was die taks enkel van toepassing als een fonds meer dan een kwart van zijn activa in schuldpapier stak. Het gaat hier enkel om obligaties, pure aandelenfondsen worden dus niet getroffen. De maatregel geldt alleen voor nieuwe fondsen.

De 30% roerende voorheffing wordt daarnaast ook uitgebreid naar zogenaamde ‘gemeenschappelijke beleggingsfondsen’, dakfondsen die beleggen in ICB’s of collectieve beleggingsinstellingen (wat in de volksmond beleggingsfondsen genoemd wordt). Over wie de taks zal moeten betalen (natuurlijke personen? rechtspersonen?) en op wat deze precies betrekking heeft, is nog niet helemaal duidelijk.

Pensioensparen

Wat pensioensparen betreft, zult u voortaan een keuze kunnen maken: of u spaart, zoals gewoonlijk, €940 per jaar en krijgt daarop 30% fiscaal voordeel, goed voor maximaal €282. Of, en dat is nieuw, u spaart €1.200 euro tegen 25% voordeel of maximaal €300. U kunt dus €260 extra opzij zetten, met een bijkomend fiscaal voordeel van maximaal €18.

Rente op spaarboekjes

De laatste maatregel die we belichten, is de belastingvrijstelling van de rente op spaarboekjes. Deze zakt van €1.880 naar €940. Op dit moment zal de impact deze maatregel nog beperkt zijn, want u moet meer dan €850.000 spaargeld hebben om voor de belasting in aanmerking te komen. Als in de toekomst de rente opnieuw stijgt, zullen veel meer spaarders hiermee geconfronteerd worden.

 

Samengevat

  • Vanaf 2018 komt er een taks van 0,15% op effectenrekeningen als de waarde boven de €500.000 ligt.

  • De beurstaks wordt door de regering opgetrokken, zowel voor aandelen als obligaties.

  • De eerste schijf van €627 aan dividenden op aandelen wordt vrijgesteld van de roerende voorheffing.

  • De belastingvrije rente op spaarboekjes daalt van €1.880 naar €940.

  • De roerende voorheffing wordt uitgebreid.

  • Pensioenspaarders krijgen de mogelijkheid om €1.200 per jaar te sparen tegen 25% fiscaal voordeel.