Wat is de nominale waarde van aandelen versus obligaties?

De nominale waarde blijft altijd hetzelfde, in tegenstelling tot de reële waarde.

De nominale waarde blijft altijd hetzelfde, in tegenstelling tot de reële waarde.

Economen maken een onderscheid tussen nominale waarde en reële waarde. Ze doen dat voornamelijk om koopkracht (een ander woord voor reëel inkomen) tussen verschillende landen of op verschillende momenten te vergelijken.

Stel: in het jaar 2000 kocht je voor 1 euro zes eieren. In 2018 koop je er met diezelfde euro maar eentje. De nominale waarde van de munt is hetzelfde gebleven – er staat nog altijd ‘1 euro’ op gedrukt – maar de reële waarde is veranderd. De koopkracht of reële waarde van de munt is met andere woorden afgenomen.

Zo verloopt het eveneens met bankbiljetten, postzegels en andere middelen waarop een waarde staat gedrukt. Ook aandelen en obligaties hebben een nominale waarde, maar de gevolgen daarvan op lange termijn zijn voor elk van beide verschillend. 

De nominale waarde van aandelen

De nominale waarde van een aandeel is afhankelijk van de waarde van de onderneming die het aandeel uitgeeft, op het moment waarop ze het aandeel uitgeeft. Als een onderneming bijvoorbeeld een vermogen van 2.000.000 euro heeft en de helft daarvan uitgeeft in 10.000 aandelen, heeft elk aandeel een nominale waarde van 100 euro. De nominale waarde blijft altijd hetzelfde en zegt op zich niets over de huidige koers van een onderneming. Wanneer ze met de huidige koers wordt vergeleken, geeft de nominale wel een indicatie over de ontwikkeling van de onderneming.  
Soms worden er ook aandelen zonder nominale waarde uitgegeven. 

De nominale waarde van obligaties

In tegenstelling tot de nominale waarde van aandelen verliest de nominale waarde van obligaties haar financiële betekenis niet na aankoop. Is de nominale waarde bij aankoop bijvoorbeeld 500 euro? Dan betaal je 500 euro en krijg je die op de eindvervaldag terug (ook al kun je er door inflatie misschien minder mee kopen). Ook je rendement wordt berekend op de nominale waarde van 500 euro. 

Een voorbeeld:

Je koopt voor 500 euro een obligatie met 4 procent intrest en een looptijd van 5 jaar. Gedurende 5 jaar krijg je dan jaarlijks 20 euro intresten. Op de eindvervaldag krijg je 500 euro terugbetaald en heb je er in totaal 100 euro bijgekregen. 

Let wel, op de intresten moet je nog belastingen betalen. Vergeet ook niet dat financiële tussenpersonen ook nog beheerskosten zullen aanrekenen.