Welke conclusies trekken voor het tweede semester na een bewogen jaarbegin?

Het eerste semester bracht behoorlijk wat deining met zich mee over de hele wereld. Bepaalde economieën staan voor grote uitdagingen, andere wisten zich behoorlijk goed te handhaven. Uiteraard zit u met vele vragen: wat waren nu net de cruciale evoluties? En hoe beïnvloedden die de globale economie? Welke landen kunnen zich optrekken aan positieve vooruitzichten. En waar zitten ze met de handen in het haar?

Onze analisten bespreken de belangrijkste economische evoluties in de Verenigde Staten, Europa, Japan en China. Daarbij krijgt u ook een overzicht van interessante sectoren en markten.

 

VS

Ondanks een reeks mindere cijfers, tonen de Verenigde Staten duidelijk aan dat hun economie zich uit de crisis heeft weten te sleuren. Janet Yellen, voorzitter van de Federal Reserve, voorziet zelfs een renteverhoging in 2015.

Dat optimisme is ook te rechtvaardigen. Ten eerste zijn de cijfers over het creëren van werkgelegenheid en arbeidslonen zeker niet slecht in vergelijking met die van de rest van de wereld. Ook een stijging van de vraag op de huizenmarkt en de afname van het verschil tussen de consumptie en de reële arbeidslonen, zou een economische groei in de hand moeten werken. Bovendien is het plausibel dat de dollar nog meer opgewaardeerd wordt onder impuls van de Europese kwantitatieve versoepeling (QE of quantitative easing).

Onze analisten focussen zich vooral op de sectoren die gebaat zouden moeten zijn bij het herstel van de Amerikaanse economie, zoals:

  • Consumptiegoederen (vooral afhankelijk van de kredietverlening)


- De autosector: de vraag naar meer ecologisch georiënteerde technologie zou de bedrijven die auto-onderdelen vervaardigen ten goede moeten komen.

- De bouwsector: de goede macrocijfers zouden leiden tot meer verkoop van vastgoed en nieuwe bouwvergunningen.

– De financiële sector: een renteverhoging zou de winst op producten verhogen.

  • Technologie (vooral afhankelijk van de verkoopcijfers):


- Hardware: de telecombedrijven zullen blijven inzetten op de commercialisatie van nieuwe generaties modems, data centers en een optimalisatie van de cloud.

- Service: bedrijven worden efficiënter en moeten minder investeren in infrastructuur.

 

Europa

De Europese economie boekt vooruitgang vergeleken met het laatste kwartaal van 2014. Dat herstel is te danken aan factoren, zoals de lage olieprijs, de zwakke positie van de euro en de lage rentevoeten. Ook de belofte van de voorzitter van de Europese Centrale Bank Mario Draghi om Europa uit de deflatie te halen, stemt hoopvol.

Bovendien vallen er nog een hoop marktondersteunende factoren te onderscheiden, zoals een dalende onzekerheid qua begrotingsrichtlijnen, structurele hervormingen in de Europese periferie en een mogelijke stijging van de maandelijkse aankopen van obligaties door de ECB om zo de economie een duwtje in de rug te geven.

Toch is er nog werk aan de winkel. De problemen inzake de Europese werkloosheidsgraad, het gebrek aan structurele hervormingen in Frankrijk en Duitsland en de dreiging van een GREXIT, en zelfs een BREXIT, moeten efficiënt aangepakt worden.

De focus van onze analisten ligt op de macro-economie, waaronder:

  • De kredietverlening: de kwantitatieve versoepeling is positief voor de bankensector.

  • De kapitaalinvesteringen: staan op hun laagste punt.


– Voor de industriële sector is de huidige verhouding tussen de euro en de dollar wel gunstig voor exportbedrijven.
– Binnen de technologiesector is de implementering van digitale consulting op smartphones zeker in de gaten te houden.

  • Autosector: er wordt een verdere stijging verwacht van de verkoop in Europa.


 

Japan

Sinds het begin van de kwantitatieve versoepeling heeft de Japanse economie zich elk jaar heropgebouwd. De economische groei ligt hoger dan verwacht door de forse consumptie. Het risico op een Japanse deflatie is wel toegenomen door de lage energieprijzen. Een stijging van de olieprijs zou dan ook wenselijk zijn om de inflatie weer aan te wakkeren. In ieder geval heeft de Bank of Japan al aangekondigd de aankoop van activa te willen verhogen bij een eventuele deflatie.

 

China

Sinds eind 2011 vertoont China maar matige macro-economische resultaten. Het land heeft moeten inboeten aan concurrentievermogen en zag haar export dalen. Als antwoord heeft het land wel een rechtstreekse verhoging van haar investeringen in het buitenland doorgevoerd. China worstelt nog met deze volgende factoren:

  • de impact en de traagheid van de hervormingen bij de SOE (overheidsbedrijven).

  • de zwakke economische groei van bedrijven.

  • de daling in kwaliteit van activa door de zwakke economische groei.

  • de macro-economische cijfers.


Daarbij komt ook nog eens de recente – en aanzienlijke – inzakking van de Chinese markt na maanden van positieve cijfers. Die daling is vooral te situeren binnen de sectoren van media en IT.

Laten we hieronder eens nagaan hoe die drastische daling van de Chinese markt tot stand is gekomen. Daarvoor moet er dieper ingegaan worden op het concept van het 'bijzondere trekkingsrecht'.

De Yuan en het bijzondere trekkingsrecht

De Chinese markt (A-share) wordt getypeerd door een enorm aantal kleine investeerders die er een zeer dynamische manier van investeren op nahouden. Belangrijk is ook dat de volatiliteit ervoor zorgt dat de Chinese munt, de yuan, converteerbaar wordt en zo zou kunnen profiteren van de bijzondere trekkingsrechten.

De 'bijzondere trekkingsrechten' zijn van toepassing op de 4 munten die het IMF gebruikt op de internationale markt: de dollar, de euro, de pond en de yen. Deze 4 munten worden door het IMF begunstigd wanneer landen valutareserves aanleggen. Eind dit jaar of begin volgend jaar zou de Yuan ook van dit voordeel kunnen genieten, wat ervoor zou kunnen zorgen dat de vraag naar de Chinese munt sterk zou toenemen. Dit zou er op zijn beurt toe leiden dat de yuan hoger gewaardeerd wordt en de Chinese rentevoeten zouden dalen, wat heel wat positieve evoluties met zich zou meebrengen voor de Chinese en in Hong Kong genoteerde obligaties.

De converteerbaarheid van de valuta betekent dat de hele wereld Chinese aandelen zou kunnen kopen. Om aan die vraag tegemoet te komen, zullen de indexgerelateerde fondsen hun engagement met de Chinese markt moeten verhogen. Dit zou een nog grotere stijging van de vraag en dus ook van de waarde van de aandelen met zich meebrengen.

Keerzijde van de medaille

Het is deze evolutie die de Chinese aandelenmarkt heeft doen ontploffen in april. De dag dat de markt zijn piek bereikte, heeft de Chinese commissie (CSRC), die de markt reguleert, aangekondigd dat het de marge voor particuliere investeerders op de beurs zou limiteren. Toen de markten opnieuw open gingen, hebben veel ongeruste investeerders zich teruggetrokken. De beurs van Shanghai is toen in 3 weken tijd met meer dan 30 procent gedaald. Die inzakking werd versterkt door het feit dat de investeerders die in de marge hadden geopereerd, zich genoodzaakt voelden om hun aandelen te verkopen om hun betalingen te kunnen verrichten.

Maatregelen

Op 26 juni maakte de index van Shanghai een duik van 7,4 procent. De dag erna maakte de Chinese Centrale Bank bekend dat het haar belangrijkste rentevoeten en het verplichte reservepercentage van de banken zou verlagen. De CSRC besliste ook om de maatregelen over de operaties in de marge, terug te schroeven en lagere transactiekosten te hanteren.

Kort daarna kondigde de regering de eerste pensioenfondsen aan, met de bedoeling belangrijke investeerders te engageren om zo de koers te stabiliseren. Om de ineenstorting te vertragen, heeft de CSRC ook het aantal en de omvang van nieuwe beursintroducties verlaagd, en later zelfs helemaal afgesloten.

De Centrale Chinese Bank verbond zich ertoe om te investeren in het bedrijf China Securities Finance Corporation, dat de transacties in de marge financiert, om zo ‘de stabiliteit van de aandelenmarkt te vrijwaren’. Ondertussen gaven de 21 belangrijkste makelaarskantoren aan dat ze minstens 120 miljard yen (19,3 miljard dollar) zouden investeren in aandelen.

Helaas hebben de twee grootste bedrijven die de internationale indexcijfers berekenen, FT en MSCI, laten weten dat de Chinese cijfers maar pas vanaf volgend jaar berekend worden.

 

De visie van onze analisten

Onze analisten zullen zich blijven focussen op de Chinese markt en niet op de macro-economie. Ze stillen zich meer en meer open voor de H-Share-markten die genoteerd staan in Hong Kong, aangezien de volatiliteit en de taxaties daar anders zijn dan die op de A-Share markten.

Het blijft dus interessant om te kijken naar bedrijven die genieten van overheidssteun, mits het vijfjarenplan, en voor aandelen van bedrijven die ‘oververkocht’ zijn en waarde bieden.

 

Conclusies

Onze analisten verkiezen Europa op het vlak van aandelen. Maar ook Japan is uiterst interessant dankzij de kwantitatieve versoepeling.

Ze focussen zich vooral op de sectoren die gebaat zouden zijn bij een verhoging van de rentevoeten en de economische groei van de Verenigde Staten.

Onze analisten zullen blijven kijken naar de Chinese markt en niet naar de macro-economie. Dat is een aanpak die overal ter wereld geloond heeft om uit de crisis van de centrale banken te geraken.

 

 

Vragen over uw beleggingen? Neem dan contact op met uw Beobank beleggingsadviseur

 

Wij herinneren er u aan dat beleggingsproducten blootgesteld zijn aan risico’s met inbegrip van een mogelijk verlies van het belegde kapitaal. Beleggingsproducten zijn geen bankdeposito’s en worden niet gewaarborgd door Beobank NV|SA.